Les terrils, jadis signes de richesse et de prospérité économiques, ne font plus aujourd’hui qu’enlaidir les paysages. Aussi a-t-on mis en branle une politique « d’assainissement des sites charbonniers et d’aménagement du territoire » en vue notamment de faire disparaître ces « montagnes » artificielles. Or, il se fait que leurs schistes peuvent servir à l’assiette des autoroutes et, précisément, en ce qui concerne le Borinage, de l’autoroute de Wallonie (E41) qui, avec son prolongement vers (…)
Articles les plus récents
-
Un terril déménage par chemin de fer
24 février 2009, par Rixke -
Perspectives nouvelles pour les charges complètes
24 février 2009, par RixkeLorsqu’on examine l’évolution du trafic marchandises « charges complètes » par rail, on en arrive trop facilement à la conclusion que, depuis une dizaine d’années, la quantité transportée annuellement stagne entre 60 et 70 millions de tonnes, avec de faibles fluctuations vers le haut ou le bas.
Il serait pourtant injuste de s’en tenir à un examen superficiel et d’en conclure que tous nos atouts sont joués et que le transport ferroviaire par , charges complètes doit être considéré comme (…) -
Ongewone spoorwegen
23 januari 2009, door RixkeTalrijk zijn de uitvinders die zich beijverd hebben om spoorbaan en rollend materieel in een andere dan de gebruikelijke vorm te gieten.
In de U.S.A. gebruikte men, van 1829 tot 1830, de voortstuwing met zeilen tussen Charleston en Hamburg, op de South Carolina Railroad. Een zeilwagen vervoerde vijftien passagiers en kon een snelheid van 24 km./u. bereiken.
Een ander vreemdsoortig systeem werd in Frankrijk gemonteerd door Larmenjat, in 1868, tussen Montfermeil en Le Raincy. Een enkele, (…) -
Het spoor van „zestig”
23 januari 2009, door RixkeHet smal spoor bleek van meet aan economisch.
Vanaf 1832 waren er sporen van 0,60 m. in het land van Wales. De befaamde lijn van Festiniog bestaat nog steeds.
Paul Decauville, die nabij Creil een suikerbietenstokerij exploiteerde, gebruikte vanaf 1867 materieel met een spoorbreedte van 60 voor vervoeren die tot dan toe met de stortkar geschiedden. Een paard dat één ton trok op de weg, kon er zeven trekken op het spoor! Decauville opende toen een werkplaats voor smalspoormaterieel dat (…) -
De Post
23 januari 2009, door RixkeIn Europa en in Amerika wordt schier heel de post per spoor vervoerd.
In Engeland waren het kolonel Maberley en daarna Rowland Hill, uitvinder van de postzegel, die besloten de post per spoor te vervoeren. Omstreeks 1838 handelde het General Post Office met het merendeel der grote lijnen voor het vervoer van de post ; het betaalde een schadeloosstelling voor de bewezen diensten, maar stelde strenge eisen voor de vertrekuren. Kort vóór 1840 liet het Post Office de postwagen van Cheltenham (…) -
De biljetten
23 januari 2009, door RixkeDe eerste biljetten waren velletjes papier waarop met de hand de datum, de bestemming, de naam van de houder, de nummers van het rijtuig en van de plaats geschreven waren, dat alles in drievoud opgesteld voor de reiziger, de wachter en het bureau van afgifte. Maar dit stelsel, dat men van de diligences had afgekeken, bleek te ingewikkeld ten opzichte van het stijgend aantal reizigers die moesten worden ingeschreven.
De «Leicester and Swannington Railway» bracht, in 1832, voor het eerst een (…) -
Het profiel van vrije ruimte
23 januari 2009, door RixkeDe doortocht der treinen is slechts mogelijk in een ruimte die volledig van hindernissen is vrijgemaakt. De verschillende afmetingen die men aldus heeft bekomen, staan vermeld in een schema dat het «profiel van vrije ruimte» wordt genoemd.
Er werd een internationaal profiel (R.l.C.) bepaald, dat de meest beperkte ruimten die op sommige Europese netten voorkomen in acht neemt, Aldus kan het rollend materieel onder het merendeel der netten van het continent worden uitgewisseld. Het Belgische (…) -
Omgrenzingsprofielen van het rollend materieel
23 januari 2009, door RixkeEuropa
Het rollend materieel wordt gebouwd met inachtneming van het internationaal omgrenzingsprofiel (R.I.C.). De breedte van de kast schommelt tussen 2,82 en 3 m, en de hoogte aan het dak overschrijdt slechts zelden 4,28 m voor de diesel- en 3,85 m voor de elektrische locomotieven, waarvan de neergelaten stroomafnemers gemiddeld 4,25 m tot 4,50 m hoogte bereiken. De maximale hoogte van de stoomlocomotieven beliep 4,28 m in Frankrijk, 4,48 m in België en 4,55 m in Duitsland. De breedte (…) -
Over stoomfluiten
23 januari 2009, door RixkeDe stoomfluit is te gelijk een waarschuwingsteken en een communicatiemiddel tussen de machinist enerzijds en het treinpersoneel of het personeel van de baan anderzijds. Het is een klok van brons of messing, die, evenals de lucht die ze inhoudt, trilt wanneer de ingeblazen stoom de randen treft.
De eerste locomotieven bezaten geen stoomfluit en de machinisten waren uitgerust met toeters. In 1833 kwam de machine „Samson” van de Leicester & Swannington Railway in botsing met een met (…) -
Indeling der stoomlocomotieven
23 januari 2009, door RixkeEr zijn steeds reizigers- en goederentreinen geweest. Voor de eerste was de snelheid belangrijk, voor de tweede telde vooral het vermogen. De locomotieven moesten derhalve afhankelijk van deze eisen worden gespecialiseerd.
Thans worden de locomotieven onderverdeeld in 4 categorieën : de locomotieven voor reizigerstreinen, voor goederentreinen, voor gemengde diensten en de gelede locomotieven.
De eerste hebben grote wielen met een doormeter van 1,70 toto 2,10 m en meer. Voor de tweede (…)
Rixke Rail’s Archives