En 1966, Phil Dambly a commencé sa fameuse série « Nos Inoubliables Vapeurs » dans « Le Rail ». Un peu d’histoire... L’évolution de la technique Style et décoration Numérotation et classification Première période, 1835-1852 - Régime Stephenson Deuxième période, 1853-1863 - Régime expérimental Troisième période, 1864-1884 - Régime Belpaire Quatrième période - Les compagnies reprises de 1870 à 1880 Cinquième période, 1884-1898 - Régime Masui et Belpaire Sixième période - Les compagnies (…)
Articles les plus récents
-
Nos inoubliables vapeurs - Sommaire
6 décembre 2011, par Rixke -
Elfde periode, 1940-1946 - Overname van de Nord Belge en 2de wereldoorlog (vervolg)
6 december 2011, door RixkeOp 10 mei 1940 Werd België eens te meer overweldigd. Slechts enkele locomotieven konden de wijk nemen naar Frankrijk, waar ze weldra door de Duitsers achterhaald werden... Na het einde van de vijandelijkheden werd de exploitatie onder controle van de bezetter hervat. Maar vanaf 1941 legden de opeisingen van de vijand strenge beperkingen op aan het verkeer. Inderdaad, de Deutsche Reichsbahn nam opnieuw bezit van een gedeelte van de “Wapenstilstand”-locomotieven van 1919, terwijl heel wat (…)
-
Elfde periode, 1940-1946 - Overname van de Nord Belge en 2de wereldoorlog
6 december 2011, door RixkeBij de overname, op 10 mei 1940, van de “Nord Belge”, werd het locomotievenpark van de N.M.B.S. met 150 eenheden verrijkt. Vanaf haar oprichting had de “Société du Nord Belge” verschillende typen van locomotieven aangekocht bij de “Compagnie du Nord français” en had zij in België gelijkaardige machines laten bouwen. De locomotieven van de “Nord Belge” werden hersteld en verbouwd in de werkplaatsen van Saint-Martin, nabij Marchienne-Zone. De depots van die maatschappij waren gevestigd te (…)
-
Tiende periode, 1920-1939 - Van de Staatsspoorwegen naar de NMBS
6 december 2011, door RixkeIn 1920 kwamen een aantal in 1919 in de U.S.A. bestelde goederentreinlocomotieven op hun beurt de leemten aanvullen die de verwoestingen van de oorlog achtergelaten hadden. Die 2-8-0 “Consolidations” met twee cilinders en oververhitting, welke tot het type 38 behoorden, hadden wielen van 1,52 m. De American Locomotive Company te Schenectady en Baldwin te Philadelphia hadden hiervan 150 exemplaren gebouwd, dit volgens een programma dat door de studiebureaus van de Staat opgemaakt was. Dat (…)
-
Negende periode, 1914-1919 - “Wapenstilstand” - locomotieven (vervolg)
6 december 2011, door RixkeTussen 1923 en 1931 werden heel wat “Wapenstilstand”-locomotieven, van diverse typen, naar de schrootbelt verwezen of aan het buitenland verkocht. Zo schafte het Luxemburgse spoorwegnet “Prince Henri” zich toen de Badense VIc, de Pruisische G12 en enkele T14 aan. Enkele G10 werden aan de Luxemburgse Maatschappij Guillaume afgestaan. De twee zware Pruisische 4-6-4, type T18, die dienst hadden gedaan tussen Brussel en Leuven, werden gesloopt.
De Staat behield belangrijke, homogene reeksen (…) -
Negende periode, 1914-1919 - Eerste wereldoorlog en “Wapenstilstand” - locomotieven
6 december 2011, door RixkeTijdens de bezetting van het grondgebied door de Duitse troepen, nam een te Brussel gevestigde militaire Algemene Directie der Spoorwegen de plaats in van de Belgische Staatsspoorwegen. Dat organisme, de “Militar Eisenbahn Direktion Brussel”, liet het net herstellen voor de behoeften van het strategisch verkeer.
Bij de terugtocht van augustus 1914 konden ongeveer tweeduizend locomotieven worden uitgeweken naar Frankrijk, dit was nagenoeg de helft van het totale effectief (4.500 machines). (…) -
Achtste periode, 1904-1914 - Stelsel Flamme
6 december 2011, door RixkeDe gunstigste periode in de evolutie van de stoomlocomotief in België zou in 1904 aanvangen. Ze zou over tien jaar lopen en van uitzonderlijk belang zijn voor het locomotievenpark van de Staat.
De tamelijk krachtige, eenvoudige en stevige tenderlocomotieven type 23, met vier gekoppelde assen, waren gebouwd naar het voorbeeld van de gelijkaardige machines van de reeksen 150 tot 177 en 200 tot 223 van de Grand Central. Ze wogen rijvaardig 67,34 t en hadden wielen van 1,26 cm. Het ontwikkelde (…) -
Vijfde periode, 1884-1898 - Beheer Masui en Belpaire
6 december 2011, door RixkeOnder leiding van Belpaire, die intussen tot directeur van de Staatsspoorwegen was benoemd, werden er, tijdens die periode, geheel nieuwe locomotieven gebouwd door hoofdingenieur L.R. Masui.
In het begin van die nieuwe etappe werd op de lijn naar Luxemburg een zeer merkwaardige goederentreinlocomotief met drie gekoppelde assen in bedrijf genomen. Deze machine, bekend onder de benaming type 25, waarvan het effectief 472 eenheden telde, werd zonder onderbreking gebouwd van 1884 tot 1898 en (…) -
Vierde periode - De maatschappijen overgenomen van 1872 tot 1880
6 december 2011, door RixkeIn 1872 nam de Staat de belangrijke “Société Générale d’Exploitation de Chemins de fer” (S.G.E.) over waarvan de werkplaats voor het bouwen en herstellen van de locomotieven te Tubize gevestigd was. In het kader van die compagnie exploiteerden verschillende maatschappijen gemeenschappelijk hun netten. Op het ogenblik van haar overneming gingen 164 locomotieven van allerhande typen over naar het park van de Staat. Sommige hiervan werden weer afgestaan aan andere maatschappijen, terwijl de (…)
-
Tweede periode, 1853-1863 - Experimenteel stelsel
6 december 2011, door RixkeTijdens die tien jaar vinden wij nog steeds het machinetype met vrije wielen terug, ofschoon eraan reeds heel wat veranderingen werden aangebracht. Zo zien wij o.m. dat de middellijn der drijfwielen is toegenomen.
Van 1853 tot 1857 bouwt de Maatschappij Saint-Léonard nog acht 2-2-2-locomotieven met wielen van 1,80 rn bestemd voor de dienst der reizigerstreinen. In tegenstelling met de toen gangbare gewoonte, zijn de cilinders aan de buitenzijde opgesteld. Locomotief “Système Walschaerts” (…)
Rixke Rail’s Archives