Homepagina > Het Spoor > Beroep > Radioverbinding met de locomotieven
Radioverbinding met de locomotieven
J. C. Kuborn.
maandag 20 april 2026, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Sedert november van vorig jaar beschikken de bestuurders van een aantal diesellocomotieven op de lijn Brussel - Doornik over een radioverbinding met de dispatching van Bergen en met de koerdienst van de tractiewerkplaats Schaarbeek. Als gevolg van de ingebruikneming van die nieuwe radioverbinding diende de NMBS heel wat problemen op te lossen die met de radioverbindingen grond-trein verband houden. In die taak zou ze wellicht niet geslaagd zijn zonder de ervaring die ze op dat gebied in de vormingsstations en langs de lijnen met bovenleidingen heeft opgedaan.
Rangeerstation-radio
Het radionet dat ongetwijfeld de meeste bekendheid verwierf, werd gerealiseerd ten behoeve van de exploitatie die het in de grootste vormingsstations van ons net gebruikt. Het stelt de seingever belast met de rangeringen, in staat inlichtingen uit te wisselen met de bestuurder van de rangeerlocomotief. Door die verbinding konden de schiftings-en opdrukverrichtingen aanzienlijk worden vereenvoudigd. De duwsnelheid en de evolutie van de locomotief kunnen daardoor soepeler worden geregeld dan met rangeerseinen die alleen maar echt doeltreffend zijn als ze gezien kunnen worden. Die zichtbaarheid is evenwel moeilijk te realiseren wanneer de rangeerbeweging gebeurt bij vertrek van welk spoor ook van de ontvangbundel. Met behulp van de radio kan men eveneens de bewegingen coördineren tussen de duwlocomotief en de op-druklocomotief. Ten slotte, wanneer de „rangeerderlossteker” een zend-ontvangtoestel bij zich heeft, kan hij tijdens de schifting tussenbeide komen.
In een vormingsstation zijn er doorgaans twee vaste radiostations, het ene op het rangeerseinhuis, het andere in het seinhuis waar de verrichtingen voor het vormen van de treinen bevolen worden. De locomotieven zijn met twee gesprekskanalen uitgerust en de bestuurder kiest het kanaal dat overeenstemt met het seinhuis in de actieradius waarvan hij evolueert.
De zenders werken op VHF-frequenties van 171 MGH.
Radio-net bovenleidingen
De volgende etappe bestond erin de perken van de actieradius van een seinhuis te verlaten en te trachten een hele lijn te bestrijken. Twee problemen dienden te worden opgelost: de plaats van de vaste stations en de werkfrequentie van de zend-ontvangtoestellen.
Op de eerste plaats is de draagwijdte van een zendtoestel beperkt en hangt ze af van verschillende factoren: vermogen, frequentieband gebruikt voor de uitzending, geografische ligging, het vrij opstellen van de antenne en de topografische configuratie van de lijn. Anderzijds kunnen twee opeenvolgende zendtoestellen niet op een zelfde frequentie werken zonder storingen (interferentie) te verwekken in het ontvangtoestel van een mobiele post gelegen binnen de zones waarin de twee signalen door de antenne worden ontvangen.
De Regie van Telegraaf en Telefoon heeft ons voor heel het net een bepaald aantal frequenties toegekend in de VHF-band (76 MGH) waarmee men vrij lange draagwijdten bekomt door de hoogste punten van de lijn uit te kiezen voor het plaatsen van de zend- en ontvangantennes. Een voorbeeld: 5 vaste stations opgericht te Saint-Denis-Bovesse, Grupont, Haversin, Libramont en Aarlen zorgen voor het bestrijken met radio-elektrische golven van het 160 km lange baanvak van Gembloers naar de grens van het Groothertogdom. Op elk punt van het traject kan men een uitstekende radioverbinding bekomen. Het probleem werd o. m. gesteld voor de onderhoudsdient van de bovenleidingen. Met behulp van een radioverbinding tussen de verdeler ES van de groep en het motorrijtuig te velde, konden de verrichtingen voor het buiten spanning of opnieuw onder spanning brengen van de bovenleidingen derwijze versneld worden dat men een beter gebruikt kon maken van de tussenpozen voor het verkeer op enkel spoor.
De plaats van de vaste stations werd zo gekozen dat de geëlektrificeerde lijnen van elke groep bestreken worden.
De zendtoestellen van die stations werken op verschillende frequenties en worden door de verdeler met behulp van een telefoonlijn op afstand bediend. Het motorrijtuig of de vrachtwagen van de onderhoudsdienst is uitgerust met een zend-ontvangtoestel. Dat toestel nu is voorzien van een manuele kanaalkiezer waarmee de onderscheidene vaste stations geselecteerd kunnen worden die de zones bestrijken waar de mobiele post moet werken. In de schakelzones waar de draagwijdten van twee zendtoestellen elkaar bedekken, moet de bestuurder het vaste station kiezen dat de beste verbinding met de verdeler biedt.
Telebediening en simplex-verbinding
De werking van een zend-ontvang-toestel – zowel vast als mobiel – kan als volgt worden uitgelegd: in normale stand (dus wanneer het niet uitzendt) worden de door de antenne opgevangen gemoduleerde signalen versterkt en gedetecteerd in het ontvangtoestel waarvan de uitgang met een luidspreker verbonden is. Tijdens het uitzenden moduleren de microfoonstromen, na versterking, de draag-frequentie van de zender en de gemoduleerde signalen worden door de antenne uitgezonden.
Het geval van het vaste station op afstand bediend vanaf de lessenaar van de verdeler, verschilt doordat micro en luidspreker in een lokaal geplaatst zijn op grote afstand van het zendontvangapparaat. De verbinding „bedieningspost - vast station” geschiedt via een telefoonlijn die zowel voor de uitzending als voor de ontvangst gebruikt wordt. De plaatselijke schakeling van de antenne op de zender en van daaruit op de lijn, wordt tijdens het uitzenden onderhouden door het in lijn brengen van een kenmerkend signaal dat gedetecteerd wordt in een bijkomend toestel dat in de zender gemonteerd is.
Die radioverbindingen van het simplextype gebruiken één enkele frequentie als drager van het gesprek van de mobiele naar het vaste of van het vaste naar de mobiele [1] Ze bieden het voordeel een eenvoudige apparatuur te bezitten maar niet de mogelijkheid om twee correspondenten simultaan met elkaar te laten spreken. De exploitatie van zo’n systeem vereist een zekere discipline vanwege de gebruikers die moeten wachten tot hun correspondent gedaan heeft met spreken alvorens zij zelf beginnen uit te zenden, zo niet wordt elke conversatie onhoorbaar. Bij de recentste installaties is er op de mobiele een oproepinrichting gemonteerd. Als men het in werking stelt, gaat er op de lessenaar van de verdeler een lampje aan dat verbonden is met de lijn waarop de oproep gebeurde. Die inrichting maakt het mogelijk, als er geen gesprek plaats heeft, de luidspreker af te zonderen en aldus te voorkomen dat door de antenne opgevangen storingen achtergrondgeruis veroorzaken. Wanneer hij een oproep ontvangt, schakelt de verdeler in op de lijn.
Rekening houdend met het geringe aantal mobiele posten waarover een onderhoudscentrum beschikt, is dit net dat thans al de geëlektrificeerde lijnen bestrijkt, lang niet verzadigd en is het zelfs geschikt, om voor andere diensten te worden gebruikt. Van heden af aan wordt de uitbreiding ervan voorzien tot de verbinding hulptreinen-koerdienst van de tractie-werkplaats van de groep. De uitvoering van dat programma zal in de loop van dit jaar worden aangevangen.
Net grond-trein op de lijn Brussel - Doornik
De uitbreiding van het net „radio-bovenleidingen” tot de verbindingen met de treinlocomotieven, heeft af te rekenen met het feit dat men de aandacht van de bestuurders niet mag afleiden door hen te verplichten tijdens hun rit een kanaalkiezer te bedienen. Aan de andere kant verwekt de afname van de tractiestroom, vanwege de wrijving van de pantograaf tegen de rijdraad, aanzienlijke storingen. Die storingen worden opgevangen door de op het dak van de locomotief geplaatste antenne en verwekken een geruis in het gesprek of maken het zelfs onverstaanbaar.
Keuze en gebruik van de frequenties
De RTT heeft ons een aantal frequenties in de VHF-band (450 MGH) toegekend waarin de storingen veroorzaakt door de wrijving van de stroomafnemers niet meer worden gehoord. Onder de toegelaten frequenties worden er twee gebruikt voor de uitzending vanaf vaste, langs de lijn gelegen stations, zodat twee opeenvolgende zenders op afwisselende frequenties werken. De zender van de mobiele werkt op de derde beschikbare frequentie. Zijn ontvangtoestel is uitgerust met een elektronische apparatuur die het uitzendkanaal opzoekt dat geschikt is voor het dichtst bijgelegen station of het station dat op een bepaalde plaats het beste hoorbaar is. De onderscheidene frequenties die gebruikt worden voor de vaste en mobiele zenders maken het mogelijk een duplex-verbinding tot stand te brengen en op dezelfde wijze te converseren als tijdens een telefoongesprek.
Het net
Er werden vijf vaste radiostations opgericht te Brussel-Zuid, Edingen, Aat, Leuze en Doornik. Ze zijn door middel van twee telefoonlijnen met de bedieningsposten verbonden. De ene wordt gebruikt voor de uitzending, de andere voor de ontvangst. De apparatuur is ondergebracht in een keet en de antennes zijn op de top van een pyloon geplaatst zodat ze boven de omgeving uitsteken. Het zend-ontvangtoestel van de locomotief, de voeding ervan alsmede zijn bijkomende instelling voor het opzoeken en oproepen, zijn in het centrale gedeelte van de locomotief bevestigd. In elke bestuurderscabine bevindt zich, binnen het bereik van de bestuurder, de bedieningskast met de oproep- en alarmdrukknoppen, en daarboven de gecombineerde micro-telefoon. De oproepen op de lijn worden opgevangen door de luidspreker die echter wordt uitgeschakeld zodra de microtelefoon van zijn oplegvlak genomen wordt. Op het dak is aan elk uiteinde van het voertuig een antenne gemonteerd.
Hoe de inrichting werkt
De bedieningsposten zijn opgesteld in het dispatchingcentrum te Bergen en in de koerdienst van de tractie-werkplaats Schaarbeek. Die posten worden geconfronteerd met de problemen van de verkeersleiding of met de technische problemen die tijdens het traject kunnen rijzen. De oproep van de bedieningspost naar een bestuurder geschiedt met de stem en wordt gehoord in alle bestuurderscabines. Daarentegen is de door een mobiele uitgezonden oproep selectief en belandt hij op de bedieningslessenaar die in verbinding staat met de ingedrukte drukknop. De ontvangst ervan doet een lampje ontbranden, waarbij de correspondent verzocht wordt op de lijn aan te sluiten, en verwekt tevens de uitzending van een automatische ontvangstmelding. Zodra Bergen of Schaarbeek antwoordt, haakt de bestuurder zijn microtelefoon af en begint het gesprek.
Bij deze werkwijze horen al de uitgeruste voertuigen op de lijn de door de bedieningsposten uitgezonden boodschappen, maar het antwoord van de bestuurder horen zij niet. Zij kunnen derhalve geen onderlinge inlichtingen uitwisselen zonder bemiddeling van een of andere bedieningspost. Om dat euvel te verhelpen en het contact tussen twee mobielen tot stand te brengen, beschikt de bestuurder over een alarm-drukknop. Door erop te drukken, wordt in de vaste apparatuur de ontvangstlijn gekoppeld met de zendlijn. Daaruit volgt dat het door een ontvangtoestel opgenomen alarmsignaal zal worden heruitgezonden door al de zenders van de lijn. Door dat procédé gaan nu al de luidsprekers van de bestuurderscabine het karakteristieke alarm-geluidssein en het daarop volgende bericht uitzenden.
Zolang de koppeling van de lijnen gehandhaafd blijft, kunnen twee bestuurders met elkaar praten, maar de transmissie gebeurt met behulp van het zend-ontvangtoestel dat voor de gelegenheid als relaisstation dienst doet. Die alarmprocedure wordt slechts in dringende gevallen toegepast: bijv. aanwezigheid van een obstakel op het naburige spoor dat een gevaar voor het verkeer zou kunnen betekenen. Ze heeft overigens voorrang op elk ander gesprek dat op hetzelfde ogenblik op de lijn zou worden gevoerd.
Vooruitzichten
Na enkele maanden gebruik onderzoeken de Exploitatie, het Materieel en de Technische Diensten de resultaten van de aan de gang zijnde proefneming. Tot nog toe blijkt dat het gebruik van de radio er herhaalde malen heeft toe bijgedragen de verrichtingen sneller te laten verlopen wanneer er zich op een lijn een onregelmatigheid voordoet.
In de Internationale Spoorweg Unie werd een technische commissie belast met het opstellen van voorschriften, toepasselijk op de internationale lijnen waarop voertuigen rijden die de grens overschrijden. Nu al blijkt dat er nieuwe problemen rijzen: selectieve of algemene oproep van de bestuurders, geheimhouding van de gesprekken, transmissie van berichten van de centrale post ter inlichting van het treinpersoneel of van de reizigers. Het lijdt geen twijfel dat er met die elementen rekening zal moeten worden gehouden voor de opstelling van een exploitatie-programma dat toepasselijk is voor een uitbreiding van de grond-treinverbinding tot andere lijnen van het net.
Bron: Het Spoor april 1976
[1] Onder mobiele verstaat men: een locomotief, een motorrijtuig, een vrachtwagen, enz.
Rixke Rail’s Archives