Homepagina > Het Spoor > Buitenland > Northumbria, bakermat van de spoorwegen

Northumbria, bakermat van de spoorwegen

G. Delise.

vrijdag 13 februari 2026, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

 De romance van de stoom

Dit jaar viert Northumbria, in noordoost Engeland, de 150e verjaardag van het eerste openbaar vervoer van reizigers per spoor. Op 27 september zal het immers 150 jaar geleden zijn dat „Locomotion nr. 1”, de befaamde locomotief van George Stephenson, een selfmade ingenieur uit de streek, de eerste reizigerstrein van Shildon via Darlington naar Stockton trok.

Die prachtige machine, welke met veel liefde werd opgepoetst, wordt nu nog met trots op het perron van station Darlington (Bank Top Station) tentoongesteld.

Beslist een gebeurtenis die de spoorwegfans, welke met heimwee blijven denken aan de „stoom”, niet onberoerd zal laten. Een gelegenheid misschien voor sommigen om eens een pelgrimstocht te ondernemen naar de bakermat van de stoom.

George Stephenson, een van de pioniersvan de „stoom”, die beschouwd wordt als de „vader” van de spoorwegen, werd in 1781 geboren te Wylam, een dorpje in het dal van de Tyne, in Northumberland, waar je nu nog het huis kunt zien dat zijn kinderjaren verblijdde.

Zijn eerste locomotief, de „Blücher”, werd gebouwd voor de kolenmijnen van Killingworth. Boven de deur van het „Dial Cottage” te Killingworth, waar hij van 1805 tot 1823 verbleef, hangt een plaat die aan deze gebeurtenis herinnert.

Stephenson, die zijn eerste uitvinding verbeterde, bereikte uiteindelijk het toppunt van de roem met zijn locomotief „Locomotion nr. 1”, gebouwd voor de „Stockton and Darlington Railway”.

„Locomotion nr. 1” had twee verticale cilinders boven een stoomketel die door houten latten beschermd werd; de beweging van de zuigers werd rechtstreeks overgebracht op de wielen door middel van stangen en krukken en de vier drijfwielen waren paarsgewijs door een stang met elkaar verbonden.

... Tracht je even voor te stellen hoe het er op die historische ochtend van 27 september 1825 aan toe ging, toen George Stephenson het platform van de „Locomotion” besteeg om zijn eerste reis van 32 km tussen Shildon en Stockton af te leggen. Stephenson duwde de regelaar van de machine in en het zware konvooi – 80 tot 90 ton belasting – zette zich in beweging. De uitgelaten menigte, die tot dan toe alleen kolenwagens gezien had welke door paarden getrokken werden, groette de held en begon in de handen te klappen toen de locomotief, met achter zich een trein vol enthousiaste reizigers, voorbijreed. Want dit was een feestdag: de machine zou een nieuwe snelle periode voor het vervoer van... kolen inluiden. Ditmaal waren 21 wagens echter niet met kolen, maar met reizigers beladen, terwijl de 12 wagens waarop er wel kolen lagen, eveneens overvol reizigers zaten die vanzelfsprekend niet zo comfortabel reisden.

Het treinstel bevatte bovendien een soort „mail-coach” of „elegant overdekt rijtuig”, dat men de naam van „Experiment” (proefneming) gegeven had. Dit rijtuig was gemonteerd op vier gietijzeren wielen en uitgerust met zitplaatsen voor de directeurs en de eigenaars van de lijn: het betekende meteen de geboorte van het eerste reizigersrijtuig.

De trein werd voorafgegaan door een ruiter met vlag. Op plaatsen waar de lijn de weg volgde, zweepten de koetsiers hun paarden op om de „ijzeren dragonder” te kunnen bijhouden, maar het spoor trok in deze snelheidsrace aan het langste eind. Weliswaar bedroeg de gemiddelde snelheid van de locomotief over de hele afstand slechts 7 km/u., maar af en toe werden er toch pieken van 24 km/u. bereikt. Te Stockton werd de openings-trein door meer dan 40 000 mensen opgewacht, en bij zijn aankomst werd hij stormachtig toegejuicht en op 21 kanonschoten onthaald. [1]

Voor Stephenson was die dag werkelijk een triomfdag en tevens een bevestiging van zijn geloof in de toekomst van de locomotief. In de geschiedenis van de spoorwegen wordt de spoorbaan Stockton - Darlington als de eerste grote spoorweglijn ter wereld beschouwd.

Alle musea in Northumberland geven een overzicht van het epos van het spoor en stellen heel wat belangwekkende stukken ten toon, niet alleen te Darlington – dat de bijnaam „tehuis” van de spoorwegen kreeg – doch ook te Stanley, nabij Chesterle-Street, in het Beamish Open Air Museum, alsmede te Newcastle in het Museum of Science and Engineering, en in het Monkwearmouth Station Museum van Sunderland. Omdat het trots is op zijn erfenis, stond Northumbria erop in 1975 de spoorweg van zijn voorvaderen weer te doen opleven, en de kostbare voorwerpen ervan ten toon te stellen tijdens verscheidene feestelijkheden die in de maand juli worden ingezet. [2]

Van 21 tot 27 september zal Stockton de bezoekers een tentoonstellingstrein van de Britisch Railways laten bezichtigen.

Op zaterdag 27 september, de „D-day” dus, zal de stad teruggaan in de tijd en zullen er taferelen uit de periode 1825, met aangepaste kledij, trouw worden gereconstrueerd, terwijl er elke zaterdag van deze maand, en ook op zondag 28 september, stoomtreinen zullen rijden op de lijn Battersby - Whitby.

 Northumbria, dak van Engeland

Het voormalige Angelsaksische koninkrijk Northumbria omvat de drie belangrijke graafschappen Yorkshire, Northumberland en Durham. Heel Northumbria is één weelde van natuurschoon en van overblijfselen uit een rijk historisch verleden. De spoorwegfans zullen ondervinden dat ze tegelijk het genoegen kunnen smaken terug te gaan in de geschiedenis van het spoor en tevens de rijkdommen van de streek te bewonderen: de Romeinse Muur, de vestingen, de abdijen, de kathedralen, in een landschap van woeste heuvels en rivieren.

 Newcastle-upon-Tyne (Northumberland)

De merkwaardige dubbele brug (spoor-weg), gebouwd door Robert Stephenson, waardige zoon van George, ligt er nog steeds en wekt nog immer de bewondering op van de bezoekers.

Newcastle bezit twee prachtige musea: het Museum of Science and Engineering, waar o.m. talrijke locomotieven tentoongesteld zijn, waaronder die welke George Stephenson in 1826 voor de kolenmijnen van Killingworth bouwde, en het Museum of Antiquities, waar de archeologische schatten te zien zijn die in de omgeving van de Romeinse Muur ontdekt werden. De vestingmuur van Hadrianus, met zijn 300 torens en 28 stellingen, werd in 122 na Chr. gebouwd door de Romeinse legioenen, toen keizer Hadrianus naar Engeland gekomen was om te onderzoeken hoe de bevolking tegen de invallen van de stammen uit het Noorden kon worden beschermd.

Die versterkte grens, een overblijfsel van de Romeinse macht, strekt zich uit van de oost- tot de westkust van Engeland, over een afstand van 120 km, en doorkruist het smalste deel van het noorden van Engeland.

De origineelste wijze om die indrukwekkende muur te gaan bezichtigen, bestaat erin te Newcastle de trein van de Tyne Valley Line te nemen tot Hexham.

Aan elke halte is een brokje geschiedenis verbonden. De lijn werd voor het verkeer opengesteld in 1835 (eerst tot Hexham, vervolgens, in 1839, tot Carlisle), op een tijdstip dat er in Engeland slechts vier spoorlijnen voor reizigers waren. De trein, die langs de Tyne loopt, een erg lieftallig riviertje, stopt o.m. te Wylam, geboorteplaats van George Stephenson, vanwaar een onlangs aangelegd pad voor voetgangers vertrekt, dat met overblijfselen uit het pionierstijdperk is afgebakend.

Het verbazend groot aantal pubs heeft vooral te maken met de aanwezigheid van heel wat kolen- en ijzermijnen uit de 19e eeuw: de arbeid was hard... en maakte dorstig!

Te Hexham, in de mooie abdij die in 1974 de 1300e verjaardag van haar stichting door de H. Wilfried vierde, kun je de „Frith Stool” bewonderen, de stoel waarop de Saksische koningen van Northumbria gekroond werden.

Een bus, die van het station Hexham vertrekt, vervoert de toeristen naar het best bewaard gebleven fort van de vestingmuur van Hadrianus nl. het fort van Housesteads (Vercovicum). Daar kunnen ze, in het voetspoor van de Romeinse soldaten, vijf kilometer aan een stuk langs hetzelfde muurvak gaan dat 1 800 jaar geleden werd opgetrokken. Zover het oog reikt, kunnen ze genieten van de groenende heuvels en de heidevelden van het Noorden, een ruw en woest landschap waar de Romeinse stenen wonderwel in passen.

 Durham (graafschap Durham) - citadel van het noorden

Zij aan zij beheersen een kasteel en een reusachtige kathedraal de stad en overkoepelen de beboste, hoge oevers van de Wear die aan drie zijden het voorgebergte omringt, een echt arendsnest dat duidelijk gekozen werd als wijkplaats in oorlogstijd. In zijn beschrijving van die mooie kathedraal zei Walter Scott: „voor de helft kerk van God, voor de helft kasteel tegen de Schotten”. Beda, bijgenaamd venerabilis (de eerbiedwaardige), monnik en geschiedschrijver, „vader van de geschiedenis van Engeland”, die 1 300 jaar geleden leefde in het klooster van Monkwearmouth, ligt in die kathedraal begraven, een van de statigste van Groot-Brittannië. Beda was ook de eerste die de Bijbel in het Engels vertaalde.

 York (Yorkshire) -voormalige hoofdstad van Engeland

Als je van York spreekt, de meest „historische” stad van Groot-Brittannië, hoef je niet zuinig te zijn met superlatieven. Vijf kilometer ongeschonden vestingwallen uit de 14e eeuw, geflankeerd door hun vier grote poorten, omringen de meest middeleeuwse stad van het land. York Minster, de grootste gothische kerk van Engeland, heeft de indrukwekkendste verzameling kerkramen uit de middeleeuwen: 117 ware kunststukken, bijna de helft van de kerkramen uit het middeleeuwse tijdvak die er in de wereld bestaan. De bouw van de kathedraal, waaraan 250 jaar werd gewerkt, was voltooid in 1472. Na vijf jaar restauratiewerken heeft ze al haar vroegere luister, pracht en glans teruggevonden. Benevens deze parel telt York, dat de „stad der kerken” wordt genoemd, nog 17 andere middeleeuwse kerken binnen haar muren. De smalle straatjes maken de charme uit van deze oude stad, vooral dan het middeleeuwse „Shambles”-straatje, de voormalige slagerswijk, met zijn schilderachtige oude huisjes waarvan de voorgevels schijnen gebukt te gaan onder het gewicht van de jaren. Nog andere gilden hebben hun sporen nagelaten in hun wonderwel bewaard gebleven 14e eeuwse woningen: de Merchant Hall, het Kleermakershuis.

York zal eveneens actief deelnemen aan de viering van de 150e verjaardag: het zal op 27 september 1975 zijn Nationaal Spoorwegmuseum plechtig in gebruik nemen.


Bron: Het Spoor, september 1975


[1Uit „La Naissance du Rail Européen” van T. Pecheux. Het schilderij dat deze historische gebeurtenis afbeeldt, bevindt zicht in het museum te Darlington.

[2Een gedetailleerde lijst van de talrijke gebeurtenissen, te lang om in dit tijdschrift op te sommen, kan op eenvoudige aanvraag verkregen worden bij het bureau voor het Britse toerisme, Rogier-plein, 1000 - Brussel.