Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > ’n „Ingewijde” gids
’n „Ingewijde” gids
dinsdag 3 februari 2026, door
„Reizen in België vergt enige vorm van geestelijke concentratie, want bij elke stap die je doet, komt het er op aan de vooruitgang te onderzoeken van dit volk dat niet uitmunt door zijn aantal, maar toongevend is door zijn vrije en vooruitstrevende instellingen ...”
„Wat een heerlijk volk en wat een gelukkig land!!!”. Aldus sprak, honderd jaar geleden, de auteur van de „guide Conty”, en tot staving van zijn bewering citeert hij Aurélien Scholl: „De Belgen kunnen zich alles veroorloven. De spoorwegen zijn er half zo duur als bij ons: zelfs de armste drommel kan tabak en sigaren kopen. Aan vijf halve stuivers”Wervikse„heb je evenveel als aan twee frank”Caporal": accijns is er onbekend. Breng een zelfde zaak voor het gerecht te Brussel en te Parijs en het vonnis zal ginder geveld zijn voor hier het dossier is samengesteld. Kortom, in dit katholiekste land van Europa is het huwelijk gegarandeerd door de echtscheiding.
In België, zei me een Gentenaar, bereddert eenieder zijn eigen zaken.
En daar zit de kneep! In Frankrijk wil iedereen andermans zaken regelen.
En Conty vervolgt aldus:
„De Belg heeft ontegensprekelijk drie kwaliteiten: openhartigheid, rechtschapenheid en vooral beleefdheid; koel zijn geestdrijft wat af, en je krijgt een volmaakte mens”.
„Op het gebied van monumenten en musea is België een van de voornaamste landen ter wereld. Maar – en dat heeft me pijnlijk verwonderd en moet elke buitenlander beslist onaangenaam verrassen – overal loop je op gesluierde schilderijen, vind je gesloten musea en zijn er kerken die op schandalige wijze door kerkwachters en kosters worden uitgebuit”.
„Weinig landen zijn in zo hoge mate als België aangetast door de verenigingskoorts: de verenigingen van duivenliefhebbers, instrumentale muziek, boogschutters en kanarievogelliefhebbers spannen evenwel de kroon... Er zijn zelfs heel wat verenigingen die alleen maar gesticht werden om af en toe eens goed te eten, al wordt zoiets niet altijd publiekelijk toegegeven”.
„Tot het inlandse bier dat te Brussel het meest wordt gedronken, behoren Faro, ’n biertje dat wat rins smaakt als je het de eerste keer drinkt, maar lekker is als je het gewoon bent, lambiek dat iets zwaarder is en Leuvens dat op perendrank lijkt, maar dan met een zuurachtige en verfrissende smaak. Er wordt eveneens een bier uit het Walenland gedronken, bruine, dat bitter en versterkend is”.
Hoe je naar België begeven en vooreerst naar Brussel, „’t babel van het plezier”?
In de „guide Conty” vind je alle inlichtingen: Van Parijs naar Brussel doe je er met een exprestrein 6 ½ u. over. met een stoptrein 12 ½ u. Tussen Parijs en Brussel rijden elke dag twee exprestreinen, een ’s morgens om 7 u., de andere om 3 u., ’s namiddags. Prijzen der plaatsen: 1e – 35 fr. 80 c.; 2e – 26 fr. 80 c.; 3e – 18 fr. 50 c.
Te Quévy stappen de reizigers uit voor de douanecontrole: 30 tot 35 minuten stilstand, het stationsbuffet is uitstekend. Je belandt in Brussel via „het nieuwe, prachtige Zuidstation dat thans door een ringspoor met het Noordstation verbonden is”.
„De stad Brussel, die in alle richtingen door talloze gewone en Amerikaanse omnibussen wordt doorkruist, biedt de vreemdeling allerhande verplaatsingsmogelijkheden”.
Er bestaan ook „vigilantes” of stadsrijtuigen, met een of twee paarden.
Wat je in Brussel zien moet? De Grote markt natuurlijk.
Een noot in een minuscuul lettertype: „Indien het je bedoeling is kennis te maken met de onwelvoeglijke fontein van Manneken-Pis, neem dan de Stoofstraat...”
De reiziger zal er de voorkeur aan geven de Nieuwstraat te doorlopen en de met vier paarden bespannen Amerikaanse omnibus te nemen (25 c. in 1e, 20 c. in 2e) om de Kruidtuinlaan op te rijden en zich naar de dierentuin te begeven die naast het Luxemburgstation ligt. Vervolgens overschouwt hij Brussel van op de Congreskolom (47 m), en maakt hij een wandeling door het Terkamerenbos.
Hij bezoekt de musea, maar zorgt ervoor om 5 u. terug te zijn in het hotel, om er zich te goed te doen aan het menu van de dag dat „steeds uitstekend is en bijzonder goed opgediend wordt”.
Als hotel vermeldt de gids het „hotel de Saxe”dat in de Nieuwstraat ligt: „kamers, 1e nacht 3.25 fr., 4.50 fr. en 6 fr., kaars inbegrepen”.
Het „hotel des Pays-Bas”, Gasthuisstraat, „is een echt familiepension, aanbevolen voor personen die het geluid schuwen. Kamers vanaf 2 fr., bediening 50 c, menu 2.50 fr. Bijzonder aanbevolen omdat het nog de oude prijzen toepast”.
En hier heb je dan eersterangs-cafés „waar je koffie zonder chicorei drinkt”:
Het „Grand café central”: „Parijse en artistieke inrichting, overal een weelde van spiegels, magisch effect”.
Het café „Jardin de la Gentry”, Nieuwstraat, aanbevolen voor gezinnen die graag een ijsje gebruiken in de open lucht.
Voor een avondje uit in „fijn” gezelschap, een adres: het „Café-Riche”, Schildknaapstraat: „voorbeeldeloze particuliere studio s”.
Een ander restaurant maakt gewag van zijn particuliere studio’s met piano.
De reiziger koopt kant in een winkel bekend „om zijn vaste en eerlijke prijzen”. Voor een blijvende herinnering aan zijn bezoek kan hij terecht bij de heer Herickx, die hem zijn fotografische portretten aanprijst: „Men spreekt Engels en Duits, en men werkt in alle weersomstandigheden”.
Een uitstap naar Waterloo mag je beslist niet missen: per spoor tot Eigenbrakel of met een van de speciale koetsen die ’s zomers de hotels bedienen. „Zodra je in Mont-St-Jean aankomt lunch je en beklim je de leeuw, er zorg voor dragend je te ontdoen van de opdringerige gidsen die totaal overbodig zijn. Hoed je voor de zogenaamde souvenirs van Waterloo: knopen, kogels en arenden, die je met een steeds hernieuwde overdadigheid worden aangeboden en die slechts één grote mystificatie zijn”.
„Als je het slagveld in vogelvlucht overschouwd hebt, heb je meteen alles gezien: laat je dus niet tot de een of andere excursie verleiden, tenzij dan naar de hoeve van Hogoumont die een bezoek overwaard is...”
In ’t bezit van zijn rondreisbiljet, neemt de reiziger de trein naar Antwerpen. Er zijn 19 treinen per dag, waarvan 10 exprestreinen die het traject in 55 minuten afleggen.
„Daar het station nogal ver van het stadscentrum ligt, moet je ofwel de tram ofwel een rijtuig nemen en je vooral hoeden voor koetsiers of kruiers die, als handlangers van sommige hotels, de reizigers op een dwaalspoor brengen door ze te zeggen dat dit of dat hotel niet bestaat”.
„Deze mooie en kraaknette stad, met haar brede straten, haar karakteristieke oude huizen in Spaanse stijl en haar Lieve-Vrouwebeeldjes op elke straathoek, heeft een heel bijzonder cachet. De gids prijst het”hotel de la Paix„aan vanwege zijn”weelderige bedden„en zijn”overvloedige en lekkere keuken". Zoals te Brussel, gebruikt de reiziger ’s middags een lunch met vleesgerechten in het restaurant.
De Bavaria pakt uit met zijn eetmalen vanaf 3 fr... 7 gangen iets ongelooflijks.
Vervolgens bezoekt de reiziger Gent en Brugge („er wordt beweerd dat de Brugse vrouwen een type apart zijn maar waarom toch dragen ze op straat steeds een cape en een zwarte capuchon? Zelf vinden we die klederdracht, welke Brugge ’s winters in een waar begijnhof verandert, helemaal niet bekoorlijk”).
Enkele dagen rust te Oostende zullen je goed doen.
„Weinig stranden bieden de baders zoveel mogelijkheden als die van Oostende. Het zand is er fijn, zacht en mollig als satijn, de helling van het strand naar zee licht glooiend, en de golven worden door de nabijheid van golfbrekers fel getemperd. Voeg daarbij de kokette rijdende strandhuisjes die je tegen schappelijke prijzen in volle zee voeren, en je zult, net als iedereen, lust krijgen om de geneugten van de Oceaan te proeven”.
"Te Oostende wordt er door elkaar gebaad, zonder onderscheid van geslacht, behalve dan op de plaats die het paradijs wordt genoemd: ik zou er zelfs willen aan toevoegen dat niemand hieraan enige aandacht schenkt. De mensen gaan op alle uren van de dag in ’t water, maar bij voorkeur ’s morgens en dan zoveel mogelijk bij hoogtij. Wie wil baden, neemt een kaart en een badpak aan een van de loketten op ’t strand en wipt op het eerst beschikbare strandkarretje.
Te Oostende hebben de dames de gewoonte na het baden hun kapsel te laten drogen in de wind en met loshangende haren in een van de nabijgelegen restaurants te gaan dineren.
Je kan ook naar Blankenberge en Heist en vandaar in 45 minuten naar Knokke „een dorp dat een vuurtoren heeft en een basis van reddingsboten, en dat wellicht bestemd is om de overtollige cliënteel van Heist op te vangen”.
De reiziger spoort daarna naar Luik. waar hij het „prinselijk ingerichte stationsbuffet bewondert en getroffen wordt door de grote, energieke en moedige Luikenaars, die typische vertegenwoordigers van het zuivere Waalse ras. Maar hij heeft haast om Spa te bereiken,”die riante oasis welke ieder jaar meer dan 20 000 vreemdelingen trekt".
Onder de invloed van de baden „wordt het lichaam inderdaad leniger en fitter, verruimt de geest zich en worden de gedachten doordrongen van vrolijkheid”.
De kuuroordgast, die om vijf uur opstaat, zal dan ook al ettelijke kilometers gelopen hebben alvorens zich naar de baden te begeven.
De speelhuizen zijn afgeschaft sedert 1873. Des te beter: „in plaats van een gokkend, luidruchtig, verdacht volkje, ontmoet je er thans nog maar alleen een uitgelezen klasse en gedistingeerde buitenlanders”.
„Spa is bekend om sommige schilderijen op hout, die terecht de bewondering van de buitenlanders afdwingen, en”Au roi Léopold„, een zaak die in 1832 werd gesticht, vind je hiervan de mooiste verscheidenheid.”
„Niet te verwarren met de zaak ernaast”.
In het bezit van die aangename voorwerpen en heropgeknapt door zijn kuur te Spa, keert de reiziger terug naar Parijs om, aan de hand van een andere „guide Conty”, zijn reis naar Nederland voor te bereiden. Maar daarover vertellen we je een volgende keer.
Bron: Het Spoor, augustus 1975
Rixke Rail’s Archives
