Homepagina > Het Spoor > Buitenland > Snowdon Mountain Railway

Snowdon Mountain Railway

Tekst en tekeningen: Phil Dambly.

dinsdag 6 januari 2026, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

  Sommaire  

In het graafschap Caernarvon, in ’t noorden van Wales, verrijst de indrukwekkende Snowdon of „Sneeuwberg”. Als hoogste top van Wales en van Engeland, behoort deze berg tot een vulkanisch massief, dat begroeid is met heidevelden en weilanden en Snowdonia heet.

De plaatselijke benamingen zijn heel typisch. Inderdaad, in Wales wordt nog een Keltische taal gesproken en geschreven: het Welsh.

Zo wordt de Snowdon door de bewoners „Yr Wyddfa” genoemd, wat „graf” betekent, naar een legende volgens welke in de berg een reus begraven ligt.

De streek zelf noemen ze „Eryri”, of „verblijfplaats der arenden”, hoewel die roofvogels haar sedert lang verlaten hebben. Het plaatsje LIanberis, dat aan de oevers van het Llyn Padarn (een meer) ligt, was het uitgangspunt van uitstappen in de bergen, die „in” raakten nadat de toekomstige koningin Victoria in 1832 de Snowdon had „bezocht”. De aansluiting, in 1869, van LIanberis op de lijn Chester - Bangor - Caernarvon van de London and North Eastern Railway en de plechtige ingebruikneming, in 1895, van de lijn van de Snowdonberg, hebben van het oude dorp het voornaamste toeristische centrum van de streek gemaakt [1]

 De lijn

De Spoorweg van de Snowdonberg of SMR is een lijn met smalspoor (0,800 m spoorbreedte), en uitgerust met een tandreep van het Abtsysteem. Hij is ongeveer 7,5 km lang. Het SMR-station LIanberis, een kopstation, ligt in ’t zuidoosten van het dorp, op 107 m hoogte.

Er is een restaurant en een souvenir-winkeltje. De installaties bestaan uit twee perronsporen, een loods met drie sporen voor de locomotiefjes en rijtuigen, een waterreservoir en een kolenbergplaats. De lijn loopt langs de loods en overschrijdt onmiddellijk daarna de Afon Hwch die het in 1951 opgerichte nationaal Snowdoniapark begrenst. Het treintje, met zijn enige rijtuig, dat voortgeduwd wordt door de locomotief, beklimt een korte helling en overschrijdt de bochtige Afon Hwch over een viaduct van veertien bogen. Een weinig verder zie je de vier bogen van de Upperviaduct of „bovenviaduct”, nabij de Ceunant Mawr-watervallen of „grote ravijn” (18 m).

Na een tijdje bemerk je de top van de Snowdon voor de eerste keer in de verte. Dan draait de trein naar links door de weiden en zie je in de diepte de sedert 1969 verlaten leisteengroeven van Dinorwic en het VIe eeuwse kasteel Dolbadran. De trein rijdt vervolgens voorbij een afgeschafte halte die nu dienst doet als opslagplaats voor het onderhoudsmaterieel van het spoor. De Afon Hwch wordt voor de vierde maal overschreden, het dal verdwijnt stilaan en de weiden maken plaats voor een woest landschap waar de rotsgronden afwisselen met moerassige streken en enkele dorre bomen, overblijfselen van het uitgestrekte woud dat zich eertijds over de hele Snowdonia uitstrekte. Hier en daar staan nog wat vervallen hoeven, de Hafond of „zomerhoeven”, die ten tijde van de trek van de herders werden gebruikt. Rechts tekenen zich drie heuvels af tegen de horizon: Moei Eilio, Foei Gron en Foei Goch.

Hier beklimt de trein een rechtlijnige helling die leidt naar het 283 m hoog gelegen station Hebron, waar een kruisingsspoor ligt.

De lijn stijgt langzaam langs een dal heen waar de Afon Arddu loopt. De vallei wordt beheerst door sombere, steile rotsen, de Clogwyn du’r Arddu of „zwarte kliffen”. Tussen Hebron en het volgende station loopt het spoor langs het toeristische pad dat vóór de aanleg van de spoorweg de enige toegangsweg naar de berg was. De lijn beschrijft twee S-bochten, oversteekt het toeristische pad en bereikt via een in de rots uitgekapte groeve het 500 m hoog gelegen Halfway Station, zo geheten omdat het zich halverwege Llanberis en de top bevindt. Het is een plomp gebouw dat, net als het vorige, beschikt over een waterreservoir en een kruisingsspoor. Dit kruisingsspoor is langer dan dat van Hebron en werd op een glooiing aangelegd. Nu wordt het landschap steeds bergachtiger en het profiel van de lijn steeds steiler en bochtiger. De trein stijgt langs de flanken van het „rotsendal” waar je, nabij de Llechogberg, een halte hebt, en bereikt Clogwyn, een station waarvan het gammele gebouw en het kruisings-spoor hoog op een smal rotsachtig plateau rusten. Clogwyn is het eindpunt van de lijn in de winterperiode, wanneer de streek door ijskoude rukwinden wordt gegeseld en dikke sneeuwlagen de laatste kilometers onoverkomelijk maken. Hogerop is het decor onvergetelijk mooi: Elider- en Glydersbergen, steile afgronden aan weerszijden van de lijn, een wijdse horizon in de richting van de zee. Het is ook op die plaats dat de Snowdonberg het indrukwekkendst lijkt.

Wanneer het weer gunstig is, stijgt de trein verder, rijdt door twee kleine ingravingen en bereikt eindelijk het Summit Station dat dubbelsporig is. Op de gevel van dit „topstation”, staat te lezen: „Snowdon Summit Highest Station in Great Britain.” Vlak bij het station, op een vijftigtal meters van de top (1085 m hoogte), kom je terecht in een hotel vanwaar je, bij helder weer, de Holyheadberg op het eiland Anglesey, wat verder de Snaefelberg, op het eiland Man, en de Ierse heuvels ontwaart.

 Het materieel

De locomotieven, allemaal „stomers” van het type 0-4-2, werden door SLM in Zwitserland gebouwd. Hun nummers, namen en bouwjaar zijn de volgende: 2 „Enid” (1875), 3 „Wyddfa” (1895), 4 „Snowdon” (1896) (verbouwd in 1963), 5 „Moei Siabod” (1896), 6 „Padarn” (1922), 7 „Aylwin” (1923), 8 „Eryri” (1923). Locomotief nr. 1 „Ladas” sneuvelde bij een ontsporing op 6 april 1896. Aanvankelijk waren de locomotieven roodbruin geschilderd, daarna zwart. Nu zien ze er echt schattig uit in hun appelgroene livrei. Het rollend materieel bestaat op dit ogenblik uit drie draaistelrijtuigen, gebouwd te Lancaster in 1895, en vier vrijwel identieke rijtuigen, gebouwd in 1923 te Neuhausen in Zwitseland. Die rijtuigen, met houten kasten, hebben 56 zitplaatsen en werden alle gemoderniseerd tussen 1951 en 1957. Hun afmetingen – lengte: 11,58 m; breedte: 1,98 m; hoogte: 2,85 m. Ze waren achtereenvolgens roodbruin en kersrood geschilderd. Tegenwoordig dragen ze een tweekleurige livrei: kersrood en roomkleur.

Glossarium van de Welshe uitdrukkingen die in onze tekst voorkomen: Llyn: meer; Afon: rivier; Llan: kerk (Llanberis betekent „Kerk van St-Peris”); Moei, Foei: heuvel; Clogwyn: steile rots.


Bron: Het Spoor, juni 1975

Foto’s: Geoffrey Sevenn.


[1Tegenwoordig wordt het vervoer op die lijn onderhouden door een autobus van Bangor naar Caernarvon.