Homepagina > Het Spoor > Bioskoop > Een geweldige acteur: de Orient-Express
Een geweldige acteur: de Orient-Express
maandag 5 januari 2026, door
Heel wat bekende auteurs werden gefascineerd door de Orient-Express en hebben de handeling van een of ander van hun boeken in die befaamde trein gesitueerd: Graham Greene, Agatha Christie, en, last but not least, Ian Fleming, de geestelijke vader van James Bond.
Met „Moord in de Orient-Express” heeft kineast Sidney Lumet het aangedurfd een detectieveroman van Agatha Christie te verfilmen. De handeling is vrij ingewikkeld en wij zullen ons wel wachten de ontknoping ervan te onthullen. Laten wij alleen verklappen dat enkele inleidende „flashes” ons duidelijk maken dat het dochtertje van een beroemd vliegenier – Daisy Armstrong – gekidnapt werd.
Ofschoon het losgeld werd betaald, werd het meisje vermoord teruggevonden. Daar het gebeurde zich afspeelt in 1930 denk je onwillekeurig terug aan de Lindberg-affaire. De intrige verplaatst je onmiddellijk naar Usküdar aan de Bosporus, in 1935. De overvaart brengt je naar Istanboel, waar je in de Orient-Express plaats neemt. Natuurlijk niet alleen. Er is daar inderdaad een bonte menigte voor wie reizen in romantische treinen de gewoonste zaak is. Een menigte waarin de moordenaar van Daisy zich rustig zou kunnen schuilhouden, voor zover natuurlijk haar wrekers niet aan boord zouden geweest zijn. Die wrekers hadden al hun voorzorgen genomen en zouden zeker geen gevaar hebben gelopen ontdekt te worden indien het toeval, enigszins in de hand gewerkt door Agatha Christie, niet had gewild dat, op het nippertje, Hercule Poirot, de uitverkoren detective van de romanschrijfster, op de trein was gestapt. Poirot is een zonderling man: hij snurkt, is Belg, sluw als een vos, doorgrondt een dozijn mysteries nog voor jijzelf klaar bent met je eerste vraagteken.
Vanzelfsprekend heb je ook de traditionele misdaad- en detective-ingrediënten: het slaapmiddel, de besmeurde dolk, de pijpuithaler, de zakdoek... Kortom, alles is piekfijn in orde, behalve dan het uniform van de slaapwagenbediende, waaraan een knoop ontbreekt.
Methodische en verstandelijke geesten zullen wellicht vinden dat het hier een al te doorzichtig detail betreft. Het is evenwel geenszins onze bedoeling kritiek te leveren op de politieroman, op Agatha Christie – die je kunt verkiezen boven Shakespeare – op de film van Lumet. Wij wensen evenmin de vertolking onder de loep te nemen van Albert Finney, Ingrid Bergman, Lauren Bacall, J.P. Cassel en anderen. Daarvoor kun je beter terecht bij de gespecialiseerde filmcritici.
Ons interesseert op de eerste plaats de trein, en zijn talent is geweldig. Hij verdient onbetwistbaar de Oscar voor de beste vertolking.
Zijn enige concurrent zou de boot kunnen zijn die de overtocht van de Bosporus onderhoudt. Een geluk voor de Orient-Express dat je alleen het vertrek van die boot ziet. Maar dat vertrek is dan ook uitzonderlijk mooi: de lucht ziet er voor de gelegenheid discreet asgrauw uit, terwijl de zee en het land zich vertederd in een flatterend aureool hullen. Het is alsof je er bij bent.
De trein zelf krijg je wat langer te zien, juist lang genoeg om je in vervoering te brengen. De loc „231 G 353” doet het schitterend, zelfs als ze stilstaat; en de rijtuigen van de Slaapwagenmaatschappij zijn gewoon onberispelijk.
Drie dagen reizen in zo’n heerlijke trein! Je begint te dromen: een dag oponthoud vanwege een of ander defect, zou een fantastisch toemaatje zijn. Want het interieur is eveneens ’t bekijken waard. Echt rijkelijk! De houten wanden glimmen als spiegels en de rode, gebloemde zetels zijn waarlijk weelderig. Wat moet het zalig zijn je daarin over de eindeloze sporen te laten wiegen! Wanneer de trein eenmaal vaart heeft, lijkt alles nog fascinerender. Glijdend over de sneeuw, blinkt het staal van de loc als het lichaam van een atleet die net van de massagetafel komt. Het is gewoon sprookjesachtig: mooi gebronsd, zwetend dendert de locomotief door het Joegoslavische winterlandschap, als een jong dartel dier dat kracht aan lenigheid paart. De rooksliert, die heel wat herinneringen oproept, schijnt in witheid wel te willen wedijveren met de ondergesneeuwde vlakte. De blauwige lucht schenkt de Orient-Express, met de surrealistische en fascinerende ogen van zijn drie lichten, plots de glamour van een centsprent van Epinal.
Er zijn meesterlijke beeldwisselingen. Zo volgt een binnenopname zonder overgang op een buitenopname waarbij het monster uit volle borst dreunt. Helaas, zodra de moord bedreven is, worden we, enkel en alleen voor het onderzoek, vrijwel uitsluitend in het salon van de Orient-Express opgesloten. Dwarsdrijvers van ons slag zullen van oordeel zijn dat het wel jammer is zo’n mooie trein in een politiecommissariaat te hebben veranderd.
Kortom, kineast S. Lumet heeft veel vakkennis. In zijn plaats zouden wij nog heel wat meer vertrouwen hebben geschonken aan de fotogenieke gaven en de mooie aanblik van de Orient-Express. Heus, wij hadden wel wat meer van de trein willen zien.
Maar is het niet beter zo?
Bron: Het Spoor, mei 1975
Rixke Rail’s Archives