Homepagina > Het Spoor > Personeel > Werkkleding

Werkkleding

G. Vanhengel.

zondag 4 januari 2026, door Rixke

Weinig woorden spreken zo voor zichzelf als de titel van dit artikel. Je hoeft niet eens een knobbel voor je moedertaal te hebben om meteen te begrijpen dat ermee de kleding wordt bedoeld die een mens draagt als hij werkt.

Zo gezien dan niet direct een onderwerp waarover je gaat schrijven, zul je zeggen.

Toch wel, want wij willen het hier niet hebben over zo maar een werkkleding, maar over de kleding die in dienstverband gedragen wordt, d.w.z. op het werk. En als je het zo bekijkt, is er op het werkkledingsfront de jongste tijd wel wat belangrijks gebeurd. Voor een goed begrip van de zaak dien je echter te weten dat de werkgever nu wettelijk verplicht is de werkkleding te leveren en te onderhouden.

Dat hij zijn personeel dan zo maar wat opsolferen mag, denk jij een beetje venijnig.

Nou, vergeet het maar. Elk werkpak moet voldoen aan normen van veiligheid en kwaliteit, die in overleg met de arbeidsgeneesheer, het Comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen, of, bij gebrek aan zo’n Comité, door de vakbondsafgevaardigden worden bepaald.

 De wet...

Voorheen hoorde de werkkleding thuis in het rayon van de individuele beschermingsmiddelen tegen risico’s van bevuiling, ongevallen en ziekte.

Als gevolg van de nieuwe wettelijke voorschriften wordt de kleding niet langer meer uitsluitend als beschermingsmiddel beschouwd, maar is ze als het ware ook een essentieel hulpmiddel geworden bij de arbeid. Vandaar dat ze zodanig werd veralgemeend dat ze, ambtelijk uitgedrukt, voortaan gaat behoren tot de basisuitrusting waarover elke onderneming moet beschikken wil ze niet aan de voorschriften inzake werkmilieu te kort schieten. Je zou dus kunnen zeggen dat de wetgever de werknemer wil beschermen. Maar de werkkleding moet niet alleen de veiligheid van de werknemer helpen garanderen, ze mag ook zijn werk niet hinderen of bemoeilijken. Daarom zal ze eenvoudig en sterk zijn, bestand tegen kleine risico’s van snijden en stoten en, bovendien, goed passen en de onderkleding bedekken.

Voor sommige beroepen moet ze zelfs onontvlambaar zijn.

Dat de werkgever van zijn kant, van de werkkleding een prestigezaak maakt die het image van zijn onderneming glans bijzet, kan natuurlijk niemand hem kwalijk nemen. Flink uitgedost personeel maakt steeds een goede indruk op de klant, en zeker als dat personeel, zoals bij het spoor, nogal in de kijker loopt.

 ...en de NMBS

Toen de wettelijke voorschriften verschenen, genoten reeds 5 500 spoormannen kosteloze werkkleding.

Wanneer de NMBS uiteindelijk in orde zal zijn met die voorschriften, zullen ongeveer 31 500 spoormannen een „firmapak” dragen. En hierin is dan nog niet het uniform dragende personeel begrepen dat, wel te verstaan, geen werkkleding krijgt. Terloops willen we er hier wel op wijzen dat onze Maatschappij niet zat te wachten om het voordeel van de kosteloze werkkleding uit te breiden en dat bovendien heel wat personeelsleden zich tegen gunstige voorwaarden blauw katoenen overalls en werkpakken konden aanschaffen in de regionale verkoopkantoren van het Kledingfonds.

Hoe dan ook, de uitvoering van de wet is een enorme opgave, als je weet dat elke begunstigde als eerste uitrusting 3 stuks (overall of werkpak) ontvangt en er voor één overall gemiddeld 2,50 m weefsel nodig is. Uitgerekend betekent zulks 236 000 m weefsel, of de afstand Oostende - Aarlen in vogelvlucht. Daarbij komen nog ongeveer 1 000 000 drukknopen... Als je verder bedenkt dat elke begunstigde eens per week een ander pak aantrekt, wat 100 000 was- en onderhoudsbeurten per maand betekent, dan zul je allicht begrijpen dat de werkkleding bij onze Maatschappij toch wel iets vertegenwoordigt.

 Een eigentijds pak

In een tijd waarin zelfs de eerbiedwaardigste tradities op de helling worden gezet, is het dus niet verwonderlijk dat ook het vertrouwde blauw katoenen werkpak zijn beste tijd heeft gehad.

Nu moet je niet meteen gaan denken dat het hier slechts om een modegril ging, al kan dat er wel voor een stukje tussen zitten. De ogen draaien immers, vaak onbewust, naar de mode. Aanleiding was nochtans vooral dat „Ie bleu de travail”, zoals onze Franstalige collega’s deze kleding in hun jargon waren gaan noemen, bij elke wasbeurt deerlijk kromp en verschoot, met het gevolg dat je de levensduur van de werkkleding kon aflezen van haar kleur. Hoe bleker het blauw, hoe ouder het pak.

Dat een dergelijke gang van zaken geenszins de menselijke waardigheid bevorderde van de man die het pak droeg, hoeft nauwelijks gezegd. En dat zou je in hoge mate betreurenswaardig kunnen noemen nu de arbeid in vele opzichten toch respect heeft afgedwongen.

Verder wordt de kleur van de werkkleding ook gebruikt als bondgenoot in de strijd tegen de arbeidsongevallen, zodat een donker werkpak in dit domein niet langer meer als spelbreker kan worden geduld. Immers, voor spoormannen die werken in de sporen of in de nabijheid van treinen en wagens is het, om veiligheidsredenen, van levensbelang dat ze goed zichtbaar zijn. Daarom precies is de kleur van hun pak van uitzonderlijk belang. Ze dient sterk op te vallen en, in alle omstandigheden, sterk te contrasteren met de omgeving, machines en het werklokaal.

Welnu, het is bewezen dat in onze streken „geel” de kleur is die daartoe bij uitstek aangewezen is. Het is dus begrijpelijk dat deze kleur gekozen werd om de betrokken spoormannen te beschermen.

Het gele werkpak zal dan ook worden gedragen door bedienden van Dienst B, ES en door het stationspersoneel. In het belang van hun eigen veiligheid mogen deze mensen in geen geval over dit pak enig kledingstuk dragen dat de gele kleur geheel of gedeeltelijk camoufleert.

Natuurlijk is ook de kwaliteit van de stof van groot belang. Daarom viel de keuze op een gemengd weefsel van polyester en katoen, dat kleur- en vormvaster is dan de zuivere katoenen stof die vroeger gebruikt werd. De nieuwe werkkleding wordt bovendien opgesmukt met een goed zichtbaar, maar sober kenteken: een blauwe B op een witte achtergrond.

Een spoorman met een dergelijk pak zal voortaan dus niet meer „onopgemerkt” voorbijgaan.

 Besluit

De werkkleding is ontegensprekelijk een uitvloeisel van wettelijke voorschriften. Toch zou je het verheugend kunnen noemen dat de wetgever oog heeft gehad voor dit facet van de arbeid. Daarom zou het voor iedereen prettig zijn, mocht de nieuwe kleding het werk van hem die ze moet dragen, verlichten en veraangenamen.

Wie het alleszins prettig zal vinden, zijn zij die „thuis” aan de waskuip staan, want dat is een zorg die de Maatschappij van ongeveer 31 500 gezinnen overneemt.


Bron: Het Spoor, mei 1975