Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > De spooktrein-vervolg

De spooktrein-vervolg

dinsdag 25 november 2025, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

In ons septembernummer hebben we, naar aanleiding van de dertigste verjaardag van de bevrijding, het verhaal van „de spooktrein” gebracht. In het begin van het artikel hebben we erop gewezen hoe moeilijk het was de feiten te reconstrueren: niemand kon ons aanwijzingen geven om nog in leven zijnde getuigen van het avontuur terug te vinden. Noodgedwongen dienden we dus onze toevlucht te nemen tot de uiterst zeldzame dossiers die ons door het „Navorsings- en Studiecentrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog” bereidwillig ter beschikking werden gesteld.

Na de publikatie van bedoeld artikel kregen we een brief van niemand minder dan van de machinist van de beroemde trein, de h. Louis Verheggen die niet alleen nog springlevend is, maar bovendien, bij wijze van spreken, in de schaduw van de Frankrijkstraat woont. Wij hadden het moeten weten...

De h. Verheggen verklaarde in zijn brief bereid te zijn ons een en ander over zijn belevenissen te verduidelijken. Als vanzelfsprekend zijn we hem onverwijld gaan opzoeken.

M. Verheggen, jij bent dus de machinist van de „spooktrein”. Je hebt ons artikel gelezen en er zijn enkele punten waarmee je het niet eens bent, o.m. met de bewering van een der getuigen dat de Duitsers die naast jou op de locomotief hadden plaatsgenomen „twee oude ambtenaars van de Reichsbahn waren, onverschillig en ongewapend”. In werkelijkheid was dat dus niet het geval.

Neen, het waren SS-mannen. Eerst waren het er drie. Dan twee. Daarna opnieuw drie. Het hele traject losten ze elkaar af. Er zijn er naast mij gebleven tot we terug in Klein-Eiland waren.

Hoe wist je dat het SS-ers waren?

Doodgewoon omdat ze het SS-kenteken op de boord van hun vest droegen.

En waren die SS-ers gewapend?

En of! Ze droegen een automatisch geweer en in hun foedraal stak een revolver. Overigens hebben ze die revolver meer dan eens getrokken en me ermee bedreigd toen ik hun niet wou gehoorzamen. Ze hadden me duidelijk te verstaan gegeven dat ze me bij de minste sabotage zouden neerschieten.

Ze hebben hun revolver getrokken, maar hebben ze ook geschoten? In de lucht bijvoorbeeld...

Neen, ze hebben geen schot gelost. Het bleef bij bedreigingen.

Heb je op geen enkel ogenblik andere dan SS-soldaten op je locomotief gehad?

Neen, het waren altijd SS-ers. Van top tot teen gewapend...

’n Ander punt: de getuige beweert dat je in het station Vorst tegen de gevangenen gezegd hebt dat de Geallieerden in Doornik waren.

Ik heb helemaal niets gezegd, om de goede reden dat ik het niet wist. Al wat ik wist, was dat de Geallieerden na de inneming van Parijs naar de grens oprukten. Wie zou me kunnen zeggen hebben dat ze in Doornik waren? In de stations die we passeerden waren er alleen maar spoormannen.

Een spoorman had je kunnen waarschuwen...

Niemand heeft het me gezegd. Bij ’t vertrek heeft alleen de onderstationschef me aangesproken om me duidelijk te maken dat de Weerstand op mij rekende: de trein mocht niet te ver gaan. En als hij te ver ging, zou de Weerstand een overval doen om de gevangenen te bevrijden. Maar ja, dat heb ik pas achteraf vernomen.

Voor de rest ben je het eens met de versie zoals ze door ons gereconstrueerd werd. Toch is er een feit dat de andere acteurs van het drama niet hebben kunnen achterhalen, nl. de reden waarom je te Muizen definitief tot stilstand gekomen bent op een opstelspoor. Kan je ons dat nader verklaren?

Het inritsein vóór het station Mechelen was gesloten. Het station was gebombardeerd geweest en ik wist dat de watertoren vernield was. Toen ben ik op de gedachte gekomen water te vragen. Vanzelfsprekend had ik geen water nodig: het was een list om de trein nog wat meer vertraging te laten oplopen. De stationschef van Mechelen (of de onderstationschef, ik herinner het me niet meer zo goed), zei me dat er in ’t station geen water meer was en dat ik daarvoor naar Muizen moest. Ik vroeg natuurlijk niet beter. Ik dacht alleen maar dat ze de machine zouden afhaken die los naar Muizen zou rijden om water op te doen. Maar neen, de Duitsers beslisten dat de volledige trein naar een opstelspoor te Muizen moest. Daar heb ik dan water genomen. ’s Morgens ben ik naar de draaischijf gereden om de locomotief te keren zodat, toen ik opnieuw aankoppelde, de machine met de neus naar Brussel stond en ik de wagen met het luchtafweergeschut achter mij had.

Wist je toen dat je opnieuw in Brussel zou belanden?

In ’t geheel niet! We vertrokken opnieuw in de richting van Brussel, maar waarheen, daar had ik het raden naar. We zijn dus weer gestart. Aan de inrit van Mechelen kreeg de machine een totaal onvoorzien defect (de zandstrooiers werkten niet meer). Ik heb een locomotief gevraagd mij ter hulp te komen. Men heeft me er een gezonden die me weer op dreef bracht. Toen hebben de kanonniers van de luchtafweer gevraagd hen opnieuw aan het achtereinde van de trein te plaatsen vanwaar ze beter konden uitkijken. Na ruggespraak met mijn collega van de andere locomotief hebben we de luchtafweerwagen op zij gezet waarna we, in plaats van er opnieuw tegen te komen met de trein, „fuII-speed” naar Brussel bolden. Op de terugreis waren alle seinen veilig: het spoor lag breed voor ons open, van ’t begin tot ’t einde.

Bravo, mijnheer Verheggen! Dat zijn ten minste preciese details die beslist dienden te worden opgetekend. Waarvoor onze hartelijke dank.

Het was graag gedaan hoor...

We hebben deze ontmoeting besloten met het gebruikelijke borreltje. Louis Verheggen, gepensioneerd machinist (die reeds 73 lentes telt) toonde ons vervolgens de doeken die hij schildert om zijn vrijetijd door te brengen en meteen zijn knutselaarswerkplaatsje op te vrolijken. Alleszins een vreedzamere bezigheid...


Bron: Het Spoor, december 1974