Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > De spooktrein
Nauwelijks waren de geallieerde troepen op 2 september ’44 in de vroege ochtenduren te Hertain, Hollain en Quévy de Belgische grens overgetrokken, of in de gevangenis van Sint-Gillis ging het doek op voor een tragedie die in de herinnering – en ook in de archieven – als de geschiedenis van de „spooktrein” zal blijven voortleven.
Hoewel er, onvermijdelijk, heel wat spoormannen bij betrokken waren, is het niet gemakkelijk dit drama te reconstrueren. Dertig jaren zijn er over heen gegaan, vele ooggetuigen zijn overleden en het geheugen van de anderen is vaak nog al grillig. Ten einde min of meer gedetailleerde en enigszins betrouwbare inlichtingen in te winnen, zijn we ons licht gaan opsteken bij het „Navorsings- en Studiecentrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog”. waar we bereidwillig onthaald werden en de gelegenheid kregen uiterst zeldzame dossiers te raadplegen, waarvoor we het personeel van dit centrum hier graag bedanken.
We hebben er drie documenten kunnen napluizen: „L’odyssée du train fantôme revenu en gare de Bruxelles Petite lle” van Edmond Delrue, ooggetuige van de feiten aangezien hij als gevangene deel uitmaakte van het konvooi; „Histoire authentique d’un train de prisonniers” van J. Dosogne, eveneens acteur van het drama, alsmede al de processen-verbaal van de vergaderingen van het Comité van het consulair corps van het internationale Rode Kruis voor de vrijlating van de politieke gevangenen, dat onderhandelde met de Duitse militaire bevelhebbers over de invrijheidstelling van de politieke gevangenen. Aan de hand van al die stukken zijn we erin geslaagd in grote trekken het verloop van de gebeurtenis te schetsen.
Zaterdag 2 september ’44! Gevangenis van Sint-Gillis, de plaats waar de politieke gevangenen zijn opgesloten, vaak in afwachting van hun overbrenging naar concentratiekampen. Natuurlijk zijn er veel Belgen, maar ook heel wat Fransen onder wie Commandant Lejeune, een van de leiders van de Franse Weerstand. Mannen en vrouwen! Er bevinden zich ook enkele veroordeelden wegens kleine misdrijven (smokkelaars) in de gevangenis.
Met hoevelen zijn ze? Het staat zo goed als vast dat ze, op het ogenblik dat het drama aanvangt, met 1 370 zijn. Inderdaad, einde augustus telde men 1 600 gevangenen en hiervan werden op 1 september 230 „pekelzondaars” vrijgelaten.
Het is dus zaterdag 2 september.
Om 0.30 u. of 4 u. ’s morgens worden de gevangenen in allerijl gewekt. Indien er hier (en verder) tegenstrijdigheid is in de uren, komt zulks omdat de gevangenen geen horloges meer hebben en ze dus het raden hebben naar het uur, of ook omdat ze niet allemaal tegelijk uit ’t bed gehaald werden.
Verzameling op de gevangeniskoer; elke gevangene heeft twee „Rode-Kruis-paketten” ontvangen en weet wat dat betekent: Duitsland!
6 of 7 u.: vertrek per vrachtwagen of per autocar naar het station Brussel-Zuid.
8 u.: de gevangenen stappen uit hun voertuig en gaan het station binnen tussen een dubbele haag ongeschoren en slordig geklede Duitse soldaten. Ze worden naar spoor 2 (zo heette het toen) geleid (een andere getuige spreekt van spoor 15, waarmee hij misschien het huidige spoor 15 bedoelt) waar hun trein reeds klaar staat aan ’t perron. Het zijn natuurlijk veewagens met de kiese vermelding: „8 paarden of 40 mannen”. Elke wagen vervoert 70 à 80 man, bagage inbegrepen! De vrouwen worden afzonderlijk „opgeladen”. Het konvooi wordt „beschermd” door gewapende wachters en een stel machinegeweren.
8.30 u.: naar alle waarschijnlijkheid, het vastgestelde vertrekuur. Maar er is nog geen locomotief!
10 u.: deuren en vensters van de wagens worden met prikkeldraad versperd. Op het perron staan SS-soldaten. Maar nog steeds geen locomotief.
14 u.: nog altijd geen rookpluim te zien aan kop van de trein. Verpleegsters in uniform krijgen toelating de gevangenen een kom soep en enkele sigaretten te bezorgen. Vermond als verpleegster, slaagt een weerstandster erin hier en daar enige inlichtingen door te geven: de geallieerde legers naderen, tussen de consuls van neutrale landen en het Duitse militaire bewind zijn onderhandelingen aan de gang om de gevangenen vrij te laten!
16 u.: een locomotief komt even opdagen, maar verdwijnt schier onmiddellijk.
17 u.: het konvooi vertrekt dan toch. Op de tender, in de nabijheid van het Belgisch personeel, twee oude ambtenaars van de Reichsbahn, onverschillig en ongewapend (de h. Delrue weet het stellig). In de wagens wordt de start op gezang onthaald: „Belgisch volkslied”, „Marseillaise”, „Tipperary”, „God save the King” en „Internationale”. De trein zou slechts 4 km per uur rijden.
Halte (nu al) te Vorst-Zuid. De machinist bevestigt dat de Geallieerden te Doornik zijn en dat het konvooi naar Nederland rijdt en vandaar naar Duitsland. En hij voegt eraan toe: „Maar ik zal mijn uiterste best doen opdat je er niet geraakt.” De twee Duitsers op de tender zien en horen dat allemaal: ze verroeren geen vin! Met een kruissnelheid van 4 km/u. wordt opnieuw vertrokken naar Kuregem, Brussel-West.
Nog even stoppen te Laken en te Schaarbeek. Opvallend is wel dat elke start met een ruk gebeurt: het is overduidelijk dat de machinist een koppelingsbreuk probeert te veroorzaken.
Bij valavond wordt Vilvoorde bereikt. Stilstand te Eppegem.
’s Nachts wordt er gestopt in station Mechelen en opnieuw vertrokken. Een brede bocht naar rechts en definitieve stilstand op het spoor dat naar het vormingsstation Muizen loopt, dus niet toegankelijk voor reizigersverkeer. Vanaf dat ogenblik bestaat die trein gewoon niet meer als konvooi. Vandaar zijn naam „Spooktrein”.
Zondag 3 september ’44. 2 u. ’s morgens: de onderhandelingen tussen het consulair korps, het Rode Kruis en het Duitse militaire bewind kennen een gunstige afloop: onder de druk van de omstandigheden stemt SS-generaal Jungclaus erin toe de vrijlating van alle politieke gevangenen te bevelen. In ons konvooi is dat natuurlijk niet geweten. Maar om
9 u.: vernemen ze de beslissing van Jungclaus. De trein vertrekt opnieuw naar Brussel. Bij de heenreis had hij meer dan 10 uren nodig om 40 km af te leggen. De terugreis zou slechts 30 minuten duren...
9.30 u. - 10 u.: aankomst via Kuregem in station Brussel-Klein Eiland.
11 u.: het Rode Kruis kondigt aan dat de krijgsgevangenen over twee uren zullen worden vrijgelaten. In een oogwenk staan de gevangenen op de perrons.
13 u.: alle wagens zijn ledig. Heel wat gevangenen zien in het station zelf hun familieleden weer.
14 u.: de gevangenen worden officieel vrijgelaten. Velen hebben die formaliteit niet afgewacht en zijn er zonder toelating van door getrokken. Uit het Paleis van Justitie stijgen vlammen op: het is maar best dat sommige documenten verdwijnen.
Uit het Paleis van Justitie stijgen de vlucht, te voet, per fiets, met alles waaronder er ook maar wielen staan...
19 u.: de geallieerden rukken Brussel binnen.
Tot daar, in grote trekken, de geschiedenis van de spooktrein die trouwens zijn naam niet gestolen heeft. Zelfs het Rode Kruis en de consulaire korpsen wisten niet waar hij was. Men was zijn spoor bijster geraakt: „verschwunden” ergens op een zijspoor van het station Muizen, vanwaar hij opnieuw is gestart...
Heel wat spoormannen die dit avontuur van ver of van dichtbij hebben meegeleefd, zijn overleden.
Alle getuigen zonder onderscheid brengen een oprechte hulde aan de spoormannen: aan de stationschef van Brussel-Zuid, de heer Petit, aan de onderstationschefs Parmentier en De Coster, aan machinist Verheggen en stoker Pechet, maar tevens aan allen die hun steentje hebben bijgedragen om het vertrek van de trein de vertragen door het materieel te saboteren, door zich plots ziek te verklaren, door als bij toeval van de tender te vallen, door schouwingen of herstellingen aan te vragen, enz. Kortom, de trein die omstreeks 8.30 u. diende te vertrekken, is slechts 12 uren later gestart.
Twaalf uren gewonnen: net de tijd die nodig was om te beletten dat het konvooi over de grens zou geraken.
Twaalf uren die heel wat mensenlevens hebben gered!
Bron: Het Spoor, september 1974
Rixke Rail’s Archives
De spooktrein