Homepagina > Het Spoor > Gedicht - Lectuur - Schilderij > De „Goncourt”-trein
De „Goncourt”-trein
maandag 15 september 2025, door
Eenzonderlinge woordcombinatie voor wie een bepaalde actualiteit niet op de voet volgt en bovendien niet vertrouwd mocht zijn met de litteraire wereld van onze zuiderburen. Daarom willen we graag even verduidelijken welke lading door deze vlag gedekt wordt.
Vooraf een kleine parenthese: „de Goncourt” is de naam van de man die, zo zegt de Petit Larousse, in 1896 de „Académie Goncourt” stichtte, een litteraire vereniging bestaande uit tien leden die, sedert 1903, elk jaar, na een traditioneel diner in een Parijs restaurant, de litteraire prijs toekent waarvan alle jonge Fransschrijvende auteurs dromen.
De „Prix Goncourt” is inderdaad de meest begeerde litteraire prijs die zich doorgaans mag verheugen in een oplage welke in de honderdduizenden kan lopen.
Welnu, en dat verklaart dan onze woordcombinatie, de leden van de Académie Goncourt kwamen per trein naar Brussel. Dat feit alleen al zou een reden geweest zijn om deze gereputeerde reizigers bij wijze van spreken de „kolommen van ons tijdschrift te laten halen”, vooral als we je daarbij vertellen dat het de eerste keer was in haar zeventigjarig bestaan dat de Académie als dusdanig op reis ging. Ter wille van de objectieve informatie voegen wij er aan toe dat haar leden op 14 december naar onze hoofdstad kwamen op verzoek van de Académie royale de Belgique de langue et de littérature française. Samen zouden ze er de honderdste geboortedag celebreren van Colette, een bekende Franse romanschrijfster, die tegelijk lid was van de Académie Goncourt en van de bovengenoemde Académie royale.
In de trein te Aulnoye
Wij hebben de „Goncourts” ontmoet in het station Aulnoye, in een spoorwegrijtuig. Aanvankelijk hadden wij het in Compiègne willen doen, maar gelet op het vermaarde precedent, vreesden we dat de een -of andere pietlut ons plagiaat of een gebrek aan verbeeldingskracht zou verwijten. Daarom zijn we dan maar in Aulnoye op de trein gestapt, waar we kennis maakten met Herve Bazin, voorzitter van de Académie, Bernard Clavel. Armand Lanoux, Emmanuel Robles en Françoise Mallet-Joris. De overige leden zouden de volgende dag overkomen.
En zo zouden we kunnen zeggen dat de geboorte van Colette in zekere zin een einde heeft gemaakt aan driekwart eeuw honkvaste vergaderingen die in het teken staan van de vriendschap, de litteraire discussies en, een beetje, in dat van de gastronomie.
Françoise Mallet-Joris
Om de nagedachtenis van Colette te huldigen, hebben de Belgische academici een beroep gedaan op Françoise Mallet-Joris, die er prat op kan gaan tegelijkertijd vrouw, Belg en vice-voorzitster van de Académie Goncourt te zijn.
Wij zouden de identificatie van deze dame willen aanvullen met te vermelden ze in Antwerpen geboren is. En dat mag ook wel even onderstreept worden dachten wij, te meer daar ze nog een aardig woordje Nederlands praat.
Het bezorgde ons een vreemd gevoel iemand een vrij behoorlijk ABN te horen praten die toch al heel wat lauweren heeft geoogst in Parijs waar ze, zoals we reeds zegden, doorgedrongen is tot het cenakel van de Franse litteratuur. Zelfs haar vier kinderen zouden hier bij ons niet van honger omkomen want ze kunnen bijv. vlot een boterham met chocoladepasta vragen.
Omdat onze gastvrouw evenwel weinig of geen gelegenheid en, derhalve, ook niet de gewoonte heeft Nederlands te spreken, is het begrijpelijk dat zij bij voorkeur in het Frans de puntjes op de i wil zetten. En dat doet ze dan met een eenvoud die haar charmante verschijning nog meer siert.
Françoise Mallet-Joris werd, zoals we reeds zegden, te Antwerpen geboren en woont thans in Parijs. Ze was zestien jaar toen ze België verliet, naar het college ging en vervolgens universiteit liep in Amerika, in de buurt van Philadelphia.
Ze heeft haar geboorteland evenwel niet definitief de rug toegekeerd, want nagenoeg elke maand brengt ze een weekendbezoek aan haar ouders. Dat doet ze dan per trein omdat ze een slechte autobestuurster is en het bovendien heel wat praktischer is als je maar over een weekend beschikt. Ze stapt zaterdags om 7.30 u. in Parijs op de trein en verlaat klokslag 10 u. het centraalstation Antwerpen. Voor de terugreis gebruikt ze de TEE die om 17.18 u. Brussel verlaat. Ze zegt het met zoveel gemak dat haar kennis de meest geroutineerde conducteur zou doen blozen.
Het verwondert ons dan ook geenszins dat dit veelvuldig treinreizen haar uiteindelijk geïnspireerd heeft tot het schrijven van een liedje over de Trans Europ Express, een liedje dat getoonzet werd door Marie-Paule Belle die het ook nog zingt.
Een academielid dat liedjes schrijft, het klinkt wel profanerend. Echter niet voor Françoise Mallet-Joris die geen onderscheid maakt tussen wat ze schrijft of onderneemt, omdat ze het steeds met dezelfde oprechte overgave doet.
Huis of restaurant
Wanneer het gesprek dan onvermijdelijk op haar geboortestreek belandt, bekent de auteur blozend dat ze enkele jaren na haar vertrek wel heimwee heeft gehad. Ze treurt niet om ons klimaat maar mist nog altijd dat gemak waarmee wij met elkaar in contact treden, onze gastvrijheid...
Om dat te verhelpen, hebben haar man, een Catalaan, en zijzelf een groep vrienden rond zich verenigd die elkaar geregeld ontmoeten. Neen, ze hebben zich niet geïsoleerd, ze hebben alleen maar een ambiance geschapen die hun het leven veraangenaamt.
In Frankrijk kan je je vele vrienden maken: om hechte banden te smeden of elkaar werkelijk te ontmoeten, moet je naar het restaurant. Sommige mensen die ze sedert 15 jaar kent, ziet ze alleen in een café of restaurant.
En dat vindt ze wel jammer, want aan huis is alles zoveel hartelijker. Wellicht heeft het allemaal wel wat te maken met haar herkomst, met het land aan de zee waar ze als meisje met vakantie ging. Ze houdt van een mooi interieur, van een koket huis...
Een angstwekkend beroep
Françoise Mallet-Joris is een befaamde schrijfster, lid van de Académie en, vergeef ons het woord, een „vedette”. Het maakt haar een beetje bang, want alles wordt steeds weer op losse schroeven gezet. Dat geldt natuurlijk voor alle artistieke beroepen. Bij elk boek dat je op de markt gooit, bekruipt je de vrees dat het een flop wordt.
In dat opzicht moet ze nochtans wel enige geruststellende ervaring hebben als je bedenkt dat ze reeds als twaalfjarig meisje schreef. Daarna is het allemaal spontaan gegroeid. Op vijftien dichtte ze haar eerste verzen. Haar ware roeping vond ze blijkbaar in de roman. Al is dit laatste genre, zoals we reeds zegden, niet haar enige specialiteit.
Ze is zelfs bereid voor het tijdschrift haar reisindrukken met de TEE te schrijven, op voorwaarde nochtans dat we het haar niet kwalijk nemen als ze al eens een loopje neemt met de aardrijkskunde. En die geografische nonchalance illustreert ze dan met ons erop te wijzen dat ze in haar liedje de TEE uit het station Maine-Montparnasse heeft laten vertrekken, zo maar, in haar verbeelding.
Voor de liefhebbers van chansons, publiceren wij hier graag, in originele versie, het bekoorlijke refreintje:
Je rêvais du train bleu
Du train Europ Express
L’amour et la vitesse
Les matins fabuleux
Les roues qui grincent
Sur les essieux
D’autres provinces
Et d’autres cieux.
Ondertussen is de „Goncourt”-trein het station Brussel-Zuid binnengelopen. Wij hebben afscheid genomen van Françoise Mallet-Joris. De herinnering die wij aan haar meedragen heeft vele facetten.
Misschien zal deze kennismaking je aansporen om wat van haar te lezen. Dan kun je alvast in het Nederlands „Huis van papier” lezen. Ten ware je liever wacht op het verhaal dat ze ons beloofd heeft...
Bron: Het Spoor, februari 1974
Rixke Rail’s Archives