Homepagina > Het Spoor > Toerisme > Een herfstdag in de Hoge Venen

Een herfstdag in de Hoge Venen

G. Delise.

zaterdag 2 augustus 2025, door Rixke

De autobus Verviers - Rocherath: (lijn 390) wacht de reizigers op vóór het station Verviers-Centraal.

Je rijdt ermee mee tot Botrange waar de wandeltocht begint die je voor die dag hebt uitgestippeld. In je rugzak heb je natuurlijk een paar rubberlaarzen gestopt en een toeristenkaart van de Hoge Venen, die je, eenmaal opstap, geregeld raadpleegt.

Op de hoofdweg, vlak bij de „Pierre à Trois Coins”, sluit een brede weg aan die afdaalt naar het Waalse Veen, veruit het heerlijkste en ook uitgestrektste van de hoogvlakten.

De weg wordt smaller en leidt naar de Drello, een afgeronde heuvel die rijkelijk begroeid is met Noordse sparren. Het Fagnoul-pad biedt je meermaals de gelegenheid verzeild te raken op een terrein dat bezaaid is met bosjes buntgras die je enkels vrij onzacht kunnen „strelen”.

Wanneer je aan een „zink” komt – eertijds zou je daar een poel aangetroffen hebben – volg je een pad dat je na een plotse en forse stijging naar een sparrenbos leidt.

Gejaagd door de wind...

Op de top van het heuveltje moet je volstrekt halt houden om dit wijdse Veen even te bewonderen. Het is een aangrijpend schouwspel waarvoor niemand onverschillig kan blijven.

Het vaalrode gras dat zwiept in de felle wind die hier genadeloos en grillig waaien kan, de goudgele „savanne” die wel bezaaid lijkt met ontelbare minuscule aquarellen, de mauve heidebloemen die schril afsteken tegen de antracietkleurige turf, het purperen loof van veenbessenstruiken, het teergroen veenmos of de blauwzwarte vruchten van enkele zeldzame jeneverbessenstruiken zijn zovele facetten van het tafereel dat zich aan je voeten ontrolt. Verdorde boomstronken staan er als wezenloze wachters en accentueren de troosteloosheid van een landschap dat ietwat te somber getekend wordt door de staalharde kleur van de Noordse sparren.

Wisselende effecten

Je zet je wandeling voort tot aan de vergulde beuk van Clefay, een zeldzaamheid in dit bos van naaldbomen dat je doortrekt alvorens het Clefay-veen te betreden.

Op het plateau van dit veen kun je dan je knapzak aanspreken. Aan je voeten schijnt het panorama er genoegen in te scheppen je, bij het picknicken, te vergasten op wisselende effecten: tussen de rossige en roestkleurige grassen en heesters, getuigen berken, eiken en beuken van hun statige waardigheid door hun kleurenschakeringen op nadrukkelijke wijze te etaleren.

En wanneer bovendien de zon van de partij is, zul je in de kabbelende beekjes een blauwige glans zien die een heerlijk licht uitstraalt.

Nu zet je koers naar het zuiden. Je kunt paadjes volgen die nauwelijks begaanbaar zijn of vastberaden dwars door de Venen trekken tot het Calbourbos. Beschut tegen de wind, kun je, onder de dennen waarvan de afgevallen naalden je passen dempen, je verbeelding de vrije teugel laten: hier wip je over een beekje, daar ontwijk je een lage tak, ga je een brandgang door, tot je de grote Roer bereikt hebt.

Goudgele beuken en sparren

De Roer, met haar helder en ijzerhoudend water, ontspringt in het Waalse Veen. Je volgt enige tijd haar loop vooraleer halt te houden aan de Pouhon Pietkin, een plaatsje dat elke vurige bewonderaar van het Veen kent.

Steeds langs de Roer kun je, al loopt er dan wel geen eigenlijke weg, naar hartelust ontelbare goudgele beuken bewonderen die zich helemaal niet door de sparren hebben laten overwoekeren.

De rivier duikt op uit het woud om verder door een ander Veen te kronkelen. Het zoveelste feest voor ’t oog: het wilde kruid dat zijn blonde en okergele stengels laat deinen in de wind, de hoogvlakten waarop bossen en heidevelden met elkaar afwisselen, de talloze beekjes die op hun watervlak het beeld van een karakteristieke hemel dragen. Kortom, dit landschap dat nu eens sereen en dan weer wrang is, zal je vertellen wat „gelukkig zijn” betekent. Je zult het met een gelouterd gemoed verlaten.

Met tegenzin zul je je aan deze betovering onttrekken om je over veldwegen naar Sourbrodt te begeven waar de bus naar Verviers op je wacht.

Een herfstdag waaraan je zeker met heimwee zult terugdenken...


Bron: Het Spoor, oktober 1973