Homepagina > Het Spoor > Toerisme > Even de grens over
Even de grens over
B.S.
zaterdag 14 juni 2025, door
Nu de slagbomen aan de grenzen schier volledig opgehaald zijn en je nog nauwelijks merkt dat je de vaderlandse grond verlaat, nu er op alle niveaus met de idee van de gemeenschap gedweept wordt en Europa stilaan een wordt, past het wellicht, bij wijze van afwisseling, ook eens spoorslags over de grenzen te trekken. Een bezoekje aan onze naaste EEG-buren kan, zo meenden wij, onze horizont alleen maar verruimen. Ons eerste wipje over de landsgrenzen gaat naar Frankrijk, waar wij Rijsel en Charleville-Mézières bezoeken.
De Noordfranse metropool Rijsel is zowel vanuit het Nederlandstalige als vanuit het Franstalige landsgedeelte gemakkelijk per trein te bereiken. Voor de grensbewoners uit West-Vlaanderen en Henegouwen is deze levendige stad een aantrekkelijk handelscentrum.
Maar ook onze andere landgenoten bevelen wij een kennismaking met Rijsel warm aan. Wij gaan je ditmaal helemaal niet overstelpen met wijze raadgevingen als „bezoek dit” en „loop daar eens langs”. We willen je alleen maar enkele suggesties doen. Het is immers veel prettiger zelf een stad, een streek te ontdekken.
Op cultuurhistorisch gebied heeft de oude hoofdstad van Vlaanderen ook wat te bieden. Aan de Place de la République vind je het museum voor Schone Kunsten – dinsdags gesloten – en aan de rue des Canonniers staat het Krijgsmuseum. Dit museum, na de Invalides het belangrijkste van Frankrijk, is in de periode van 1 april tot 19 oktober elke donderdag en zaterdag van 14 tot 17 u. toegankelijk.
Aan historische gebouwen is Rijsel niet erg rijk. De stad bezit o.m. wel een mooie gotische kerk terwijl de Oude Beurs, in de zeventiende eeuw in Vlaamse stijl gebouwd, zeker niet onaardig is. Maar dat ontdek je zelf wel... En ten slotte is Rijsel bijzonder boeiend voor hen die altijd met treinen en stations bezig zijn. Al bij het binnenrijden van het grote maar ouderwetse kopstation bemerk je dat hier dag en nacht wat te beleven valt. De Noordfranse metropool is immers een zeer belangrijk spoorwegknooppunt. Uit Rijsel vertrekken maar eventjes zes lijnen: naar Duinkerken en Calais; naar Kortrijk en Gent; naar Doornik en Brussel; naar Valenciennes en Charleville-Mézières; naar Douai, Arras en Parijs (Gare du Nord); naar Béthune en Lens. Daarbij komt dan nog de 21 km lange lijn naar Frans Komen.
Langs de boorden van de Maas
Ligt Rijsel voor een dagtrip te ver van je woonplaats verwijderd, maak dan de trip naar Charleville-Mézières, een pittig centrum in de Franse Ardennen. Je zou naar deze „gefusioneerde” stad alleen al gaan omwille van de treinreis. Van Namen af tot Charleville-Mézières rijd je bijna ononderbroken langs de Maas. En als je toevallig vanuit Visé, Luik of Hoei komt, spoor je nog langer langs de boorden van deze mooie stroom. Maar vergeet in ieder geval niet, voor je de deur uitgaat, het spoorboekje te raadplegen. Tussen Namen en Givet (lijn 154) en omgekeerd rijden er niet al te veel treinen. Op de verbinding Givet - Charleville-Mézières heb je echter een ruimere keuze. Deze dienstregeling vind je onder 154bis.
In het Franse grensstation Givet – een heel aangenaam plaatsje – moet je altijd overstappen en de tol- en pascontrole passeren. Een loutere formaliteit. Meestal toch...
Dan begin je aan de boeiende rit naar het 67 km verder gelegen Charleville-Mézières. In de meeste gevallen is het een stoptrein. En wees er maar blij mee: je kunt dan ten minste de mooie omgeving rustiger bekijken. Chooz is het eerste stationnetje waar de trein – waarschijnlijk een typische „autorail” van de SNCF – stopt. In het Maasdorpje Chooz werd de eerste kerncentrale – je krijgt ze evenwel niet te zien – van Euratom gebouwd. Grotere stations op deze dubbelsporige maar niet geëlektrificeerde lijn zijn Vireux-Molhain, Fumay, Revin, Monthermé en Nouzonville. Vooral Monthermé is uniek gelegen aan de scherpe meander van de Maas.
Via talrijke tunnels en bruggen zoekt de spoorlijn als het ware een weg door de vooral in de herfst kleurrijke Maasvallei. Vanuit de trein heb je panorama’s die een automobilist nooit te zien krijgt. Na een rit van bijna tachtig minuten rijdt de stoptrein het vrij imposante station van Charleville-Mézières binnen.
En nu op verkenning in de tweelingsstad. Charleville en Mézières waren vroeger afzonderlijke stadjes. Charleville werd echter aangehecht bij Mézières. Nochtans heeft Charleville, waar ook het station gelegen is, een veel rijker verleden. De stad werd in 1606 door Charles de Gonzague gesticht. Bezienswaardig in Charleville is beslist de Place Ducale, gebouwd tijdens het bewind van Lodewijk XIII. Dit bijzonder fraai plein doet heel sterk denken aan de Place des Vosges te Parijs. Verder is er in Charleville een klein intiem museum gewijd aan de beroemde dichter Arthur Rimbaud, een kind van de streek. Maar zoals we reeds eerder gezegd hebben, laten wij je op eigen initiatief deze gezellige stad verkennen.
Ook voor de „echte” spoorwegentoesiast valt er in Charleville-Mézières wat te beleven. Deze stad is ook een belangrijk spoorwegknooppunt. Niet minder dan vier lijnen komen hier samen: de niet-geëlektrificeerde verbinding naar Givet en Namen, de geëlektrificeerde lijnen naar Reims en Parijs, Valenciennes en Rijsel en Sedan en Longuyon. Charleville-Mézières ligt aan de belangrijke spooras Calais - Duinkerken - Rijsel - Thionville - Metz - Straatsburg - Mulhouse - Basel.
Goede reis!
Bron: Het Spoor, mei 1973
Rixke Rail’s Archives