Homepagina > Het Spoor > Toerisme > Spoorslags door België

Spoorslags door België

H. W.

vrijdag 28 maart 2025, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Vele landgenoten menen dat, als zij Brussel bezocht hebben, ze meteen heel de provincie Brabant gezien hebben. Dit is beslist niet waar. want buiten de hoofdstad zijn het voorlopig nog ongerepte Pajottenland en Waals Brabant in vele opzichten een uitstapje waard. Wie in september – vaak de zonnigste maand van het jaar – er nog eens op uit wil trekken, stel ik dan ook een trip naar Waals Brabant voor: Nijvel, Rixensart en Villers-la-Ville.

Nijvel, een stadje aan de Thines, een bescheiden bijriviertje van de Dijle, is met de trein zeer gemakkelijk te bereiken. Deze bakermat van de Karolingische dynastie ligt immers aan de drukke spoorlijn 124 die Brussel met Charleroi verbindt.

De Collegiale van Nijvel (Foto CGT Buyle)

Dat Nijvel voor de Belgische Spoorwegen een belangrijke plaats is, hoef ik je zeker niet meer te vertellen. ledere spoorman weet dat hier grote werkplaatsen voor spoorwegmaterieel gevestigd zijn. De onderneming La Brugeoise et Nivelles bezit zelfs internationale vermaardheid. Maar wij gaan echter niet naar Nijvel om La Brugeoise et Nivelles te bezoeken... Het doel van onze trip is het ontdekken – of herontdekken – van een gezellig stadje waarvan de kern na een bombardement op 14 mei 1940 nog slechts een puinhoop was. Gelukkig valt daarvan niet veel meer te bemerken. Het Marktplein – met als pronkstuk de Collegiale van St-Geertrui – werd prachtig heropgebouwd.

Deze kerk, welke in 1046 door de Luikse bisschop Wazo in aanwezigheid van de Duitse keizer Hendrik III ingewijd werd, behoort met de katedraal van Doornik en de St. Vincentiuscollegiale van Zinnik tot de enige grote kerkelijke bouwwerken in romaanse stijl van ons land. Haar zware beschadiging in 1940 was dan ook een echte ramp. Gelukkig is de restauratie nu zover gevorderd dat enkel nog de westbouw zijn beurt moet krijgen, terwijl de toren, geflankeerd door twee ronde torentjes, nog moet worden bekroond. Het is in een van die torentjes dat Jean de Nivelles zich bevindt, de beroemde „Jacquemart”, geharnaste koperen mansfiguur uit de XVe eeuw, die de uren slaat op de torenklok.

Het interieur is praktisch volledig in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Interessant is wel dat bij de restauratie van de Collegiale onder haar bevloering merkwaardige overblijfselen van de Merovingische en van de Karolingische kerken werden blootgelegd.

Links van de kerk sluit een prachtige kloostergang aan die vrijwel intact uit de oorlog kwam. Jammer genoeg heeft enkel de noordergaanderij haar oorspronkelijk aspect bewaard. Ze dagtekent uit het begin van de dertiende eeuw en behoort al tot de overgangsstijl naar de gotiek: de algemene lijnen zijn nog romaans, maar in de versiering van de kapitelen duikt reeds de gotiek op. De drie andere gaanderijen werden in 1846 verknoeid. Het paleis van de abdis, dat als stadhuis dienst deed, werd in 1940 vernield. In de plaats kwam een modern stadhuis dat volkomen past in het raam van het nieuwe Marktplein van Nijvel, waarin elk onderdeel er op gericht is het monumentale van de St-Geertruicollegiale nog te verhogen.

Als je in Nijvel bent, mag je zeker niet nalaten een bezoek te brengen aan het Parc de la Dodaine. Deze warande, in 1818 aangelegd, is een mooie brok Franse tuinarchitectuur met vijver, waterval, fraaie dreven en standbeelden. Van in deze tuin heb je een prachtige kijk op de collegiale. En vermits je nu toch in Nijvel bent, bezoek dan ook het smaakvol ingerichte oudheidkundig museum; het loont beslist de moeite.

Het kasteel van Rixensart (Foto CGT – L. Philippe)

Een andere uitstapmogelijkheid in Waals Brabant is het rustig dorpje Rixensart. Deze schilderachtige en bosrijke gemeente aan de Lane, kan je vanuit Brussel eveneens gemakkelijk met de trein bereiken. Gelegen op de lijn 161, op 25 km van Brussel en op 5 km van Ottignies, is Rixensart vermaard om zijn kasteel dat in de periode 1631-1662 werd gebouwd. Uit zijn historie valt te onthouden dat het een aantal jaren na zijn voltooiing door de Fransen gedeeltelijk afgebrand werd. Volgens de geschiedschrijvers gebeurde dat in 1678. Het duurde dan tot 1730 voor het hersteld werd. Toen kreeg trouwens het barok binnenplein zijn huidig uitzicht. Ik ga je hier geen nauwkeurige beschrijving van het kasteel geven. Wel moet je weten dat het omstreeks 1750 in het bezit kwam van de prinsen van Merode. Hun leuze „Plus d’honneur que d’honneurs” kan je op verscheidene plaatsen in het gebouw lezen.

Het kasteel van Rixensart is zeker een dagtrip waard. Niet alleen om het statige en indrukwekkende bouwwerk, maar ook omwille van het grote en mooie park met vijvers. De aanleg van dit park gebeurde in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Dit zou het werk geweest zijn van de beroemde Franse tuinarchitect Le Nôtre.

De ruïnes van de Abdij van Villers-la-Ville (Foto CGT - Sergiisels)

Tot slot wil ik je nog even begeleiden naar Villers-la-Ville dat je via de lijn 140 bereiken kan. Het is een van de meest opvallende plaatsjes van Brabant. Onder de historische bezienswaardigheden dienen vooral de grootse puinen van de bekende cistersciënserabdij vermeld te worden. Ze werd in 1146 gesticht door St.-Bernardus, abt van Clairvaux. De puinen vormen een merkwaardig geheel dat enig is in België.

Niemand hoeft zich echter door deze keuze te laten beperken, want Waals Brabant bergt heel wat onvermoed natuurschoon.


Bron: Het Spoor, september 1972