Homepagina > Het Spoor > Toerisme > Spoorslags door België
Spoorslags door België
H. W.
donderdag 27 maart 2025, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Er zal voorlopig nog wel niet te veel op worden gehamerd: bomen sneuvelen vaak nodeloos, ook in Vlaanderen. Zoveel, al dan niet goed bedoelde plannen staan hun naar het leven. En omdat bij het uitvoeren van die plannen de middelen ook in dat domein maar al te gemakkelijk door het doel geheiligd worden, trekken zij, en „wij” met hen, aan het kortste eind. Wie nog vrij en rustig in bosrijke streken wil gaan wandelen, moet dus naar de Ardennen of naar de Kempen.
Naar Bokrijk bijvoorbeeld. „Hier ben ik vroeger al eens geweest”, hoor ik je al zeggen. Maar hoe lang is dat geleden? Sedert je bezoek is er een hele boel veranderd. En voor wie nog nooit in Bokrijk was, wordt het deze maand – of anders in de herfst – de gelegenheid om hiervoor eens een vrije dag te reserveren. Bokrijk is met de trein zeer gemakkelijk te bereiken. Het Domein beschikt over een eigen station dat ligt op de lijn Landen - Hasselt - Eisden-Mijnen, in spoorwegkringen kortweg lijn 21 genoemd. Tot 3 september stoppen de treinen er dagelijks.
Het Provinciaal Domein van Bokrijk is een enig natuurreservaat met een oppervlakte van 514 ha. Hiervan zijn ongeveer 30 ha vijvers (8 ha zijn viskweekvijvers). In Bokrijk vind je een openbaar wandelpark, een hertenren, een rozentuin, sport- en speelvelden, een natuurwetenschappelijk museum, een centrum voor bosbiologie en een openluchtmuseum. Vanaf de dertiende eeuw tot aan de Franse Revolutie was het domein eigendom van de abdij van Herkenrode. In 1938 werd het door de provincie Limburg aangekocht.
Eén van de attracties van Bokrijk is ongetwijfeld het openluchtmuseum dat in 1954 opgericht werd en een oppervlakte van 30 ha beslaat. Het museum omvat thans vijf delen: de Kempen – verreweg het belangrijkste deel –, Haspengouw en Midden-Limburg, West-Vlaanderen, de Antwerpse polder en de stad. Zo vind je er o.m. een volledige oude Kempense dorpskern met plein, gerechtsboom en schandpaal, wind -en watermolens, een oude herberg uit Lier, het romaanse kerkje van Erpekom, het uit 1667 daterende klompenmakershuisje uit Kortessem, een hoeve van 1507 uit het Veurnse Houtland, een schuur uit Oorderen... Het openluchtmuseum is open van Pasen tot Allerheiligen.
Slechts weinig mensen weten dat het Provinciaal Domein van Bokrijk over een uniek centrum voor bosbiologie of arboretum beschikt. Toen de provincie Limburg in 1938 het domein verwierf, werd reeds het plan voor het arboretum ontworpen. Een oppervlakte van 12 ha werd, zoals het in die tijd ging, met spade en bijl geëffend en bewerkt. Tevens werden de lage moerassige hoeken drooggelegd, zware boomstronken verwijderd, op sommige plaatsen werd de bodem een meter diep omgewerkt. Daarna konden de aanplantingen systematisch per familie worden uitgevoerd en voorzien worden van bordjes. Deze zijn noodzakelijk om de bezoeker wegwijs te kunnen maken in de complexe maar boeiende wereld van de botanica.
De wetenschappelijke waarde van het arboretum mag niet worden onderschat. Het herbergt de grootste collectie planten van de houtachtige familie. Dat geldt weliswaar in zover het ons land betreft. Men doet er experimenten met kweek, metingen van houtproductie, onderzoeken van ziekteverschijnselen, bodembemesting en teeltmethodes. Voor een groot aantal onderwijsinstellingen is het arboretum een klaslokaal waar op de meest aanschouwelijke manier gedoceerd kan worden. Regelmatige bezoekers zijn de middelbare en tuinbouwscholen van Sint-Truiden, Bocholt, Lummen en Leuven. Leidende figuren uit plantentuinen van binnen- en buitenland zijn er regelmatig op bezoek om haast onopgemerkt wetenschappelijke observaties te verrichten. De belangstelling reikt zelfs buiten de grenzen van ons continent vermits er contacten bestaan met de leiding van het arboretum van de Zaïrese hoofdstad Kinshasa.
Einde 1971 werd een inventaris gemaakt van alles wat er in het Bokrijks arboretum groeit en bloeit. De telling gaf het volgend resultaat: 2 370 soorten, 199 geslachten en 71 families. Lagere soorten of kruidachtigen, behorend tot nog eens 42 groepen of families maken het verdere potentieel uit. Bovendien – en dat is een curiosum waarvan waarschijnlijk ook niet velen op de hoogte zijn – kan je in het arboretum van Bokrijk subtropische planten bewonderen.
Het arboretum is ingericht als wandelpark en dus vrij toegankelijk. Wie Bokrijk bezoekt mag niet nalaten een bezoek te brengen aan deze oase van stilte welke én een wetenschappelijke én een educatieve én een recreatieve functie heeft.
Bij mooi weer wordt een uitstap naar Bokrijk een onvergetelijke en ontspannende dag. Voor de natuurliefhebbers, voor hen die rust, gezonde lucht en ruimte zoeken, maar ook voor hen die cultuurhistorische belangstelling hebben, is Bokrijk een uitgelezen oord.
Bron: Het Spoor, augustus 1972
Rixke Rail’s Archives