Homepagina > Het Spoor > Infrastructuur > Brussel Thurn & Taxis
Brussel Thurn & Taxis
woensdag 6 oktober 2021, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
- Toen Brussel nog Bruocsella, p1
- Douaneactiviteiten, p1
- Een uitzonderlijke samenwerkin, p1
- Beschrijving van de site, p2
- Stand van zaken, p2
- Toekomstplannen, p2
- Bronnen, p2
Beschrijving van de site
Brussel TT omvat verschillende gebouwen waaronder een goederenstation (zeehavenstation), een administratief en postgebouw, een speciaal entrepot of magazijn, het openbare entrepot en het douanegebouw.
- Havenstation NMBS
- Administratief en postgebouw
- Douanekantoor
- Pakhuis A
- Pakhuis B
- Depaire en TRW
- Oude garage
Het zeehavenstation (1)
Het station is waarschijnlijk ontworpen door de architecten Bosmans en Vandeveld en spoorwegingenieur Bruneel. Het heeft aan de voorzijde langs de Picardstraat drie opeenvolgende puntgevels met ernaast twee kleinere gebouwen. De binnenruimte achter de drie puntgevels bestaat uit vijf grote ruimten van eenentwintig traveeën. De gebruikte materialen zijn glas, baksteen, natuursteen, smeedijzer en gietijzer. Op het ogenblik wordt het station nog door drie sporen bediend (toegang van de wagens achteraan). De hoofdsporen werden opgebroken en gedempt tot op perronhoogte.
Administratief en postgebouw (2)
Dat opvallend gebouw, in Vlaamse Renaissancestijl, werd door dezelfde architecten ontworpen. Het bevindt zich naast het station en is er langs binnen mee verbonden. Het is opgetrokken in baksteen, natuursteen en staal, en is heel functioneel, met een duidelijke scheiding van de administratieve en industriële overslag- en opslagactiviteiten. Het werd zowel door de Post als door de stationsadministratie gebruikt.
Entrepot A (4)
Dat entrepot, ook speciaal magazijn genoemd, beschikte over een opslagruimte van 60 x 250 m voor de transitogoederen. Het gebouw heeft een zaagdak met veertien delen en bezit aan de noordkant twee boogvormige bijgebouwen, terwijl de gevel aan de zuidkant opgetrokken is rond een centraal gedeelte waar de kantoren gevestigd zijn.
Het openbaar entrepot (5)
Dat enorme entrepot (50 x 175 m), evenwijdig met het kanaal en de Havenlaan, is een van de belangrijkste bouwwerken van Brussel TT. Terwijl de voorgevels rijk versierd zijn, is het gebouw, dat de bijnaam van „de gevangenis” kreeg, van binnen eerder sober en functioneel. Het heeft, de begane grond meegerekend, vijf verdiepingen, met aan beide kanten uitspringende galerijen die uitkomen op een grote centrale ruimte, voorzien van een glazen overkapping die op een metalen geraamte rust.
Het douanegebouw (3)
De stijl van dat door Van Humbeek ontworpen gebouw past geheel in de omgeving. Het ligt langs de straat en heeft een symmetrische vorm, met zevenentwintig op zes traveeën en drie verdiepingen, waarvan een onder een hellend leiendak. Het geheel is gebouwd rond een centrale ruimte, met een rij metalen pijlers waarop balken in de vorm van segmentbogen rusten, die het glazen dak dragen. Ook hier werd voor de bouw gebruik gemaakt van natuursteen, baksteen en ijzer.
Van al die gebouwen worden alleen het laatste en het entrepot A nog gebruikt. Het eerste herbergt de regionale directie van douane en accijnzen, controle en inlichtingendiensten. Het tweede slaat goederen op die ingevoerd vanuit of uitgevoerd worden naar landen buiten Europa. Het entrepot B werd in 1989 gesloten omdat het niet meer voldeed aan de hedendaagse vereisten voor goederenopslag. De spoorwegdiensten voor afhaling en aflevering aan huis zijn in het voorbije najaar verhuisd naar Brussel-Klein-Eiland. Het station werkt nu nog voor twee handelspartners, die in het volgend hoofdstuk worden besproken. De Post (Molenbeek 1) heeft net een jaar geleden haar lokalen geruild voor nieuwe ruimten in gebouwen van de Franse Gemeenschap aan de Leopoldlaan.
Stand van zaken
Volgens het gewestelijk ontwikkelingsplan of GOP, dat de bestemming van precies omschreven zones bepaalt, is de Picardstraat bestemd als woon- en bedrijvenzone, met behoud van haar culturele, historische of esthetische waarde. In dat verband worden er op het ogenblik tussen de NMBS en de Maatschappij voor het Zeekanaal terreinen geruild, opdat deze laatste haar activiteiten zou kunnen uitbreiden op uitsluitend voor de industrie bestemde terreinen, terwijl de spoorwegactiviteiten naar alle waarschijnlijkheid zullen verdwijnen. Die zijn momenteel immers beperkt tot het goederenvervoer naar de Oost-Europese landen (Depaire) en de TRW-terminal (Transport Rail Weg).
Vanwege de lange en moeilijke spoorverbinding is de NMBS van plan om, in overleg met het Brussels Gewest, die activiteiten samen te brengen in de buurt van het goederenstation van Schaarbeek, om zo een multimodaal platform (trein, schip en vrachtwagen) tot stand te brengen. Dat project wordt op het ogenblik grondig bestudeerd.
In grote lijnen zou de Maatschappij voor het Zeekanaal 8 ha aan de NMBS afstaan (ongeveer het terrein van de entrepots A en B van het gebied TT), terwijl de spoorweg aan de eerste 9,5 ha zou overlaten, voornamelijk in de buurt van het TIR-centrum. Om het verval van het complex tegen te gaan, zoekt de NMBS momenteel kandidaten en sluit ze contracten op korte en middellange termijn met ondernemingen die de gebouwen willen gebruiken zonder dat de toekomstplannen in het gedrang komen. Het is wat dat betreft vermeldenswaard dat het tijdelijk gebruik van de gebouwen de Maatschappij ongeveer 6 000 000 fr. per jaar oplevert.
Toekomstplannen
In dat verband moeten we eerst de rol van de maatschappij Eurostation in dit dossier verduidelijken. Die dochtermaatschappij van de NMBS heeft onder andere tot taak de terreinen op het grondgebied van Brussel-Hoofdstad te laten renderen. Als zodanig bestudeert ze, in overleg met de Maatschappij, de toekomstige bestemming van de betrokken site.
Zo liggen verschillende plannen te wachten, die nog altijd bestudeerd worden : naast de plannen voor Music City, uitvoerig in de pers beschreven en die door aanzienlijk privé-kapitaal zouden gedragen worden, zijn er andere van meer bescheiden omvang, die toch even belangrijk en geloofwaardig zijn. Daaronder vermelden we het project Thurn en Taxis 21 van La Fonderie, die verschillende activiteiten wil samenbrengen zoals industriële productie, een congres- en - zakencentrum, federale musea van spoorwegen, verkeer, industrie en techniek, werkplaatsen voor opleiding en expositieruimten.
Er is ook interesse van de kant van de Nationale Opera en van de Koninklijke Bibliotheek, die sommige van haar activiteiten (zoals de bewaring en archivering van kranten) naar die gebouwen zou overbrengen.
Aan ideeën is er dus geen gebrek, alleen moet het geld hiervoor nog gevonden worden.
Voor een dergelijk complex een nieuwe bestemming vinden, is een zware opdracht, wellicht vergelijkbaar met de inrichting ervan in de vorige eeuw. Wat hebben de Brusselaars toen gedacht, wanneer hen van de ene dag op de andere de toegang ontzegd werd tot de uitgestrekte weiden van het adellijk domein, die geregeld onderliepen en waar ze ’s winters gingen schaatsen?
Bronnen
- Dossier van La Fonderie, samengesteld door G, Vanderhulst met daarin de volgende hoofdstukken:
- Tour et Taxis 21e" (juli 1995)
- „Tour et Taxis, plan général d’implantation” (mei 1993)
- „Tour et Taxis à Bruxelles” (mei 1993);
- Onderhoud met M, Delannoy, directeur district centrum;
- Krantenknipsels (Dernière heure; Le Vif/l’Express; Het Nieuwsblad; Pourquoi pas?; La Libre Belgique; La Lanterne; De Morgen; Gazet van Antwerpen; Le Soir; De Standaard; Het Volk; Het belang van Limburg).
Bron: Het Spoor, october 1996
Rixke Rail’s Archives