Homepagina > Het Spoor > Wist U dat ? > E. E. G.: Voor een gemeenschappelijk vervoerbeleid

E. E. G.: Voor een gemeenschappelijk vervoerbeleid

donderdag 14 december 2023, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Sedert 1961 streeft de E.E.G. naar het tot stand brengen van een gemeenschappelijk vervoerbeleid.

Vooral wordt beoogd de concurrentievoorwaarden te harmoniseren in die sector welke zowel wordt gekenmerkt door de diversiteit, in juridisch en technisch opzicht, van de concurrerende ondernemingen als door de omvang van de sommen die aan de infrastructuur en aan de exploitatie worden besteed. Om een nieuwe bijdrage voor dat werk van algemeen belang te leveren, hebben de zes Spoorwegondernemingen van de Gemeenschappelijke Markt het nuttig geacht de brochure bij te werken waarin ze vier jaar geleden hun doctrine hadden uiteengezet.

Ook ditmaal eist de spoorweg de gelijkheid van de aanvangs-voorwaarden op die volstrekt noodzakelijk is om de door het Verdrag van Rome voorziene gezonde en onvervalste concurrentie tot stand te brengen. Zodoende zou bij gelijke gebruikswaarde elk vervoer worden toevertrouwd aan de onderneming die het tegen de laagste prijs voor de gemeenschap kan uitvoeren.

Een der voornaamste oorzaken van wanverhouding is de huidige ongelijkheid in de aanrekening van de infrastructuur-lasten. Zo het spoor het beheer en de verantwoordelijkheid heeft voor zijn infrastructuur, dan dragen de andere vervoerders slechts een gering deel van de kosten van de infrastructuur die de Openbare Machten te hunner beschikking stellen. De spoorwegen dringen erop aan dat de beslissingen ter zake niet langer zouden uitblijven. Anderzijds moeten er dringend Vervoerrekeningen van de Natie worden opgemaakt, want de Openbare Machten kennen, over het algemeen, het juiste bedrag niet van de uitgave die zij voor de infrastructuur van het vervoer besteden.

De gelijkheid van behandeling moet eveneens worden bereikt op sociaal en fiscaal gebied (in dat opzicht lijkt het dat de taks op de toegevoegde waarde, die door de Europese Commissie overwogen wordt, een voldoende neutraliteit van de fiscaliteit biedt).

Het is bovendien wenselijk, dat de spoorweg zou ontlast worden van een deel van de verplichtingen die op hem rustten toen hij nog het monopolie had, en die thans niet meer gerechtvaardigd zijn. Er zou hem een ruimere handelsautonomie moeten verleend worden. Ten slotte is het volstrekt noodzakelijk dat hij zou worden vergoed voor de lasten die hem nog mochten opgelegd worden. Daarom wensen de zes Spoorwegondernemingen, dat er zo snel mogelijk gevolg zou worden gegeven aan de recente beslissing om de normalisatie van de rekeningen door te voeren, d.w.z. aan de toekenning van financiële compensaties voor de lasten die aan de spoorwegen worden opgelegd, zonder dat zulks het geval is voor zijn concurrenten. Alleen wanneer de gelijkheid van behandeling onder al de vervoerondernemingen zal tot stand gebracht zijn, zal men van elk van hen en inzonderheid van de spoorweg mogen verwachten dat hij zijn financieel evenwicht zal kunnen bereiken.

De harmonisering van de concurrentievoorwaarden is evenwel-onvoldoende om tot de regeling van de markt van het vervoer te komen.

Er is ook een passend tarievenstelsel nodig alsmede tariefverplichtingen waarvan de uitwerking economisch gelijkwaardig is voor al de vervoerders. Daartoe heeft de Europese Commissie voorgesteld dat door al de vervoertakken margetarieven zouden worden toegepast met een maximum en een minimum, waartussen de vervoerprijs door de onderneming zou worden vastgesteld.

Er moet eveneens een coördinatie van de investeringen in de vervoerinfrastructuur worden ingevoerd. De enorme kosten van deze laatste en de ontoereikendheid van de beschikbare middelen rechtvaardigen alleen investeringen die renderend zijn voor de gemeenschap.

Al te vaak worden de beslissingen inzake investering beïnvloed door de actie van de belangengroepen. Die druk, welke nadelig is voor het algemeen welzijn, zal fel afnemen als de lasten der infrastructuur werkelijk aangerekend worden aan de gebruikers ervan.

Tot besluit zijn de spoorwegen van oordeel dat het gemeenschappelijk vervoerbeleid kordaat naar de economische waarheid moet worden georiënteerd.


Bron: Het Spoor, oktober 1965