Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Nieuwtjes uit vervlogen jaren > De sporen

De sporen

vrijdag 30 april 2021, door Rixke

Er waren destijds tweeërlei rails:

de „visbuikrail”, of rail waarvan de benedenrand een versterkte bolle vorm had tussen de draagvlakken van de dwarsliggers, en de „evenwijdige” rail of rail waarvan het loopvlak en de benedenrand evenwijdig waren.

In de plannen van 1833 bedroeg het voorgeschreven gewicht van de spoorstaven 17 kg/m en de lengte 4,57 m (5 yards van 0,914 m).

Vanaf einde 1836 werd het gewicht per meter evenwel op 21,70 kg gebracht, ja zelfs op 25 a 26 kg voor de „evenwijdige” spoorstaven.

In 1839 kostten de spoorstaven 340 frank per ton.

Dat heel wat dingen onder de zon niet zo nieuw zijn, kan de lezer ervaren bij het overwegen van de hierna volgende tekst, die een uittreksel is uit het verslag dat op 12 november 1839 door de toenmalige Minister van Openbare Werken, Charles Royer, aan de Wetgevende Kamers werd voorgelegd:

„De industriële en commerciële crisis van de laatste maanden van 1838 heeft de regering ertoe aangezet bestellingen van rails te plaatsen voor hoeveelheden die de behoeften van het ogenblik overtroffen; die bestellingen hebben de gevolgen van de stagnatie van de metaalindustrie verzacht.”

„Men mag daaraan toevoegen, zo verhaalt de tekst verder, dat de vervroegde leveringen waartoe die bestellingen in bepaalde gevallen aanleiding gaven, niet kostbaar uitvielen voor de regering, aangezien de matige prijzen ruimschoots opwogen tegen het verlies aan interesten.”

Voor de betekenis van „in bepaalde gevallen” moeten we de lezer verwijzen naar een exegeet of uitlegger, die daaraan beslist een kluifje zal hebben.


Bron: Het Spoor, januari 1977