Homepagina > Het Spoor > Wist U dat ? > Frankrijk - Italië: De eerste grote doorboring van de Alpen

Frankrijk - Italië: De eerste grote doorboring van de Alpen

zaterdag 12 oktober 2019, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Na 1854, werd de lijn Genua - Turijn verlengd tot Susa. Aan de overzijde van de Alpen was de spoorweg „Victor Emmanuel”, die het dal van de Arc volgde, doorgetrokken tot St. Michel de Maurienne.

Joseph Medail, uit Bardonecchia, was tot de conclusie gekomen dat de tunnel niet door de Cenisberg diende geboord te worden, doch wel door de Fréjusberg, tussen de dorpen Bardonecchia en Modane.

De werken werden in 1857 aangevat. In 1859 bewerkstelligde de oorlog tussen Frankrijk en Oostenrijk de Italiaanse eenmaking; in 1860 werden Savoye en het graafschap Nice aan Frankrijk afgestaan. De tunnel moest derhalve beide landen verbinden.

Aanvankelijk vorderde men slechts zeer traagzaam daar de gaten met stootboor en houweel gegraven werden. In 1861 werd voor de eerste maal in de geschiedenis gebruik gemaakt van samengeperste lucht. Ingenieur Sommeiller liet te Modane en Bardonecchia 20 reusachtige buizen installeren, van 26 m hoog en 63 cm diameter, die met water gevoed werden. Door de zwaartekracht joeg dat water de in de buizen opgesloten lucht voor zich uit en perste ze samen in een reservoir. Met twee vullingen per minuut kon elke „waterram” in een minuut 270 liter sa-mengeperste lucht produceren onder een druk van 5 kg per vierkante centimeter. Vanaf 1863 werden de „rammen” vervangen door speciale pompen die 680 liter lucht per minuut konden voortbrengen, onder een druk van 6 kg per cm². Dank zij het gebruik van de samengeperste lucht voor het voeden van pneumatische fretboren, kon de boorsnelheid van de gaten gevoelig verhoogd worden. Het laatste jaar vorderde men tot drie meter per dag over de hele breedte van het werkfront.

Op 25 december 1870 was de overwinning op te Alpen een feit. Uit de bergen werd een massa van 500 000 kubieke meter rots gehouwen. Nauwelijks een jaar later reed de eerste trein Parijs - Rome door de tunnel van Fréjus.

Het boren van de tunnel, een waar staaltje van onverschrokkenheid en vertrouwen, was ook een soort voorloper van de eerste internationale samenwerking op het niveau van de ontwerpers: Joseph Medail (Italiaan) bepaalde de plaats van de boring; H.J. Haus (Belg) onderzocht het technische aspect van het ontwerp; Daniel Colladon (Zwitser) lanceerde het gebruik van samengeperste lucht; Thomas Bartlett (Engelsman) stelde de eerste boormachine scherp; bouwheer Germain Sommeiller, een Savoyard die in 1860 opteerde voor Italië en overleed vóór de officiële ingebruikneming van „zijn” tunnel, had als rechtstreekse adjuncten de Italianen Grattoni en Grandis.

Na de verbeteringen die sedert 1870 werden uitgevoerd, bedraagt de huidige lengte van de tunnel 13 567 m.

Laten we eraan herinneren dat de tunnel van de St.Gotthard (14 920 m) geboord werd in 1880; die van de Aalberg (10 240 m) in 1883; die van de Simplon (19 801 en 19 821 m) in 1906 et 1922.


Bron: Het Spoor, maart 1971