Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > De tenders
De tenders
Phil Dambly.
vrijdag 23 januari 2009, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Aanvankelijk was een tender niets meer dan een kleine houten platte wagen waarop de kolen werden geladen en die, achteraan, voorzien was van een gewoon groot vat of van een plaatijzeren tank waarin het water werd opgeslagen.
Het was andermaal Robert Stephenson die de klassieke tender uitdacht. De eerste werd, in 1830, aan de «Northumbrian» gekoppeld. Hij was heel en al van plaatijzer vervaardigd en omvatte een watertank die in de vorm van een hoefijzer gemonteerd was langs de zijwanden en de achterzijde, waar zich een deur voor de toevoer van water bevond. De tender heeft dus vrij vlug zijn definitieve vorm gekregen.
Wegens de verhoging van de snelheid en van het vermogen, werden de ladingen omvangrijker en moesten de tenders vergroot worden. De eerste tenders met zes wielen reden, vanaf 1846, in Frankrijk en in Engeland. In twintig jaar werd het vermogen van de tenders van 2.900 liter water en 500 kg kolen tot 5.000 of 6.000 liter water en 2.000 tot 2.400 kg kolen of cokes opgevoerd.
De koppeling van de tenders stelde bijzondere problemen wegens de aanwezigheid van de verbindingsbuizen. Eerst waren het slangen, daarna rechte koperen buizen met kogelscharnier; ten slotte gebruikte men rubber beschermd door een ijzeren spiraaldraad.
Bron: Het Spoor, mei 1963
Rixke Rail’s Archives