Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > Van de private maatschappijen tot de N.M.B.S.
Van de private maatschappijen tot de N.M.B.S.
Phil Dambly.
maandag 14 oktober 2013, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
De Staat, pionier van het spoor
In 1843 had de Staat 559 km spoor aangelegd. Behalve in twee provincies, verschafte het spoor toegang tot het merendeel der belangrijke centrums. Het bereikte Duitsland langs Verviers, Frankrijk langs Moeskroen en Quiévrain, Engeland langs Oostende. Voortaan kon de Staat de aanleg van “ondergeschikte lijnen” aan de private nijverheid overlaten.
De Engelse periode
In 1845 werd 581 km spoor aangelegd: de spoorwegen van Tussen-Samber-en-Maas, die van West-Vlaanderen, van Doornik naar Jurbise, van St-Truiden naar Hasselt, van Leuven naar de Samber, van Charleroi naar Erquelinnes, van Namen naar Luik, van Bergen naar Manage en van de Dendervallei (Aat-Aalst). In 1846 werd nog 274 km spoor getrokken; het betrof de spoorweg van Manage naar Waver en die van de “Grande Compagnie du Luxembourg”. Al deze concessies werden aan Engels kapitaal toegekend.
De Belgische periode
De exploitatie van de lijnen onder vergunning werd, hetzij door de maatschappijen ondernomen, hetzij overgelaten aan de Staat tegen afstand aan de concessiehouders van een deel van de ontvangst af tegen betaling van een jaarlijkse rente. Belgische maatschappijen bouwden, buitendien, 436 km lijnen voetstoots voor rekening van de Staat, zoals de secties Etterbeek - Oudergem, Tamines – Mettet, Athus - Gedinne en Jemelle - Rochefort. Andere lijnen, die met moeilijkheden kampten, werden door de staat overgenomen, zoals de lijn Bergen - Manage (in 1858) en de lijn Spa - Pepinster (in 1872).
De “Nord Belge” en de “Grand Central”
De maatschappijen Namen – Luik en Charleroi - Erquelinnes lieten in 1854 hun exploitatie over aan de maatschappij “Nord Français” en werden de maatschappij “Nord Belge”. Andere maatschappijen verbonden zich om hun lijnen gemeenschappelijk te exploiteren. Aldus ontstond, in 1864, de “Grand Central Belge”, ingevolge de samensmelting van de spoorwegen Antwerpen - Rotterdam, Tussen-Samber-en-Maas en Oost-België.
De samensmelting
Het aantal concessies was zo groot dat de Staat in 1870 op een net van 3.136 km, nog slechts 369 km spoor exploiteerde.
Vóór de oorlog 1914-1918 had de Staat echter de exploitatie overgenomen van al de private lijnen, met uitzondering van die van de Nord Belge, Mechelen - Terneuzen, Gent - Terneuzen en Chimay. Hij exploiteerde dus 4.786 km, terwijl de private maatschappijen er nog enkel 275 bleven behouden!
Een compromis betreffende de exploitatie door de Staat en door de particuliere ondernemingen kwam tot stand in 1926, door de oprichting van de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen, die al de lijnen van de Staatsspoorwegen overnam. Zij nam ook het Belgische deel van de lijn Gent - Terneuzen over in 1930, en op 10 mei 1940 de lijnen van de Nord Belge. De andere lijnen werden na de oorlog 1940-1945 overgenomen.
Zo werd uiteindelijk het Belgische net verenigd, wat uit economisch, politiek en zelfs militair oogpunt, van het allergrootste belang is.
Bron: Het Spoor, februari 1959
Rixke Rail’s Archives
