Homepagina > Het Spoor > Personeel > De wagenschouwer

De wagenschouwer

maandag 24 juni 2013, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Tussen de wagens van een vormingsstation loopt een spoorman in een blauw werkpak dat hier en daar met een vlek wagensmeer besmeurd is. Hij draagt een dienstpet met een groen en een gouden biesje en torst op zijn brede rug een stevige werktuigentas. In zijn eeltige hand slingert een hamer waarmee hij af en toe tegen een wielband of een wagenas klopt.

Vol aandacht beziet hij elk voertuig en keurt zorgvuldig in een zelfde volgorde, al de onderdelen ervan. Hij begint zijn onderzoek telkens aan achterkant van het voertuig en bekijkt, terwijl hij eromheen gaat of eronder doorkruipt, achtereenvolgens de stoot- en trekinrichting, de geleidingen voor de rem, de verwarming en de verlichting; de kopdwarsliggers, de kopwanden, de loopinrichting, de ophanging, de bogies, de reminrichting, de langsliggers, de buitenste delen van het freem, de zijwanden, de deuren, de vloer en het dak.

Plots blijft hij staan, bukt zich, klopt tegen een langsligger, haalt een boekje met rode etiketten, een lijmpot en een blauw potlood uit zijn tas, schrijft enkele woorden op een etiket en plakt het op de zijwand van de wagen. Hij werpt nog even een blik op het nummer van de wagen, schrijft het op in een notaboekje en vervolgt dan zijn weg...

Die stilzwijgende en eenzame spoorman, die zoveel aandacht besteedt aan, de wagens en de rijtuigen is een van onze wagenschouwers die, in de belangrijke stations, belast zijn met het toezicht over het vervoermaterieel. Dit betekent dat zij de voertuigen en hun lading grondig onderzoeken om te zien of deze aan de gestelde eisen beantwoorden, om de onderhoudstoestand na te gaan, om zich van de goede gesteldheid van de lading te overtuigen, om al de beschadigingen of gebreken die de afkeuring wettigen te ontdekken.

Al de voertuigen die in de stations en hun aanhorigheden uitgeweken zijn, die met de treinen vertrekken, of aankomen, die, op de overgangspunten, met de andere spoorwegnetten worden, uitgewisseld en die overgegeven, of overgenomen worden van de particuliere instellingen, al dat materieel wordt door de schouwer onderzocht.

Maar zijn taak blijft niet beperkt tot een eenvoudige vaststelling van de beschadigingen of gebreken. Hij is ook belast met de gewone onderhoudswerken aan het rollend materieel en aan het klein materieel van de stations, Hij moet dus niet alleen technisch geschoold zijn, maar tevens een vaardige stielman zijn die een degelijke kennis bezit van de aan te wenden stoffen en vervangingsstukken.

Ook moet hij op de hoogte zijn van de remtheorie en de werking van de verschillende reminrichtingen goed kennen. Wanneer hij een remproef uitvoert, om de werking van de rem na te gaan, dan moet hij, voor elke vastgestelde onregelmatigheid, dadelijk de oorzaak en de aard van de averij kunnen bepalen.

De schouwer is bovendien een specialist in de rijtuigverwarming. Tijdens de verwarmingsproef onderzoekt hij of de inrichting voor stoomverwarrning wel volledig dicht is en of de radiatoren normaal werken. Bij materieel dat met elektrische verwarmingstoestellen uitgerust is, gaat hij na of al de bedieningsapparaten zich in een juiste stand bevinden om een perfecte verwarming te bekomen.

Een barst in een langsligger, een onjuiste wielafstand, een slecht sluitende deur, een gebrekkige koppeling, een gebroken vering, een uitgeschakelde rem, kunnen erge ongelukken veroorzaken.

Maar de schouwer waakt. Hij weet welke grote verantwoordelijkheid op zijn schouders rust. Daarom voert hij zijn werk steeds met grote zorg en waakzaamheid uit in alle weer en wind. En al zijn zijn handen vuil en eeltig en is zijn werkpak besmeurd met wagensmeer, toch is hij trots op zijn werk dat hij voor geen ander zou willen ruilen.


Bron: Het Spoor, september 1957

(Foto’s J. Herreman.)