Homepagina > Het Spoor > Buitenland > De lijn Nice - Cuneo
De lijn Nice - Cuneo
maandag 24 september 2012, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
- De zoutroute, p1
- 30 oktober 1928, p1
- Twaalf jaar exploitatie, p1
- Een leemte van dertig jaar, p2
- De voordelen van de lijn, p2
- De exploitatie, p2
- Enkele bijzonderheden, p2
Het gebeurt vrij zelden dat wij uitweiden over buitenlandse spoorweglijnen, en zulks beslist niet om chauvinistische redenen. De uitzondering die wij hier voor de lijn Nice - Cuneo maken is er dan ook zoals altijd om de regel te bevestigen. Na een onderbreking van dertig jaar werd Nice - Cuneo opnieuw voor het verkeer opengesteld. Die gebeurtenis is zo weinig alledaags dat ze, zo menen wij althans, op die uitzondering aanspraak mag maken.
Daarbij komt nog dat op die lijn, vlak bij de grens op Italiaans grondgebied, het dorp Limone ligt waar kinderen van Belgische spoormannen elk jaar naartoe trekken om er, in de Kerst- en Paasvakantie, te skiën op de flanken van de Col de Tende of om er, in juli en augustus, in de bergen te verblijven. De ouders van die kinderen zullen allicht wat meer willen vernemen over de lijn en haar omgeving, zelfs als dit relaas noodzakelijkerwijs fragmentarisch blijft.
De zoutroute
Na de aanhechting bij Frankrijk, in 1860, van Nice en Savoie, en de verbinding per spoor, vanaf 1864, van de Franse Riviera met Parijs, bleek een spoorverbinding naar het noorden en naar Turijn echt onmisbaar. Voor het tracé werden heel wat ontwerpen gemaakt, maar uiteindelijk bleek de oude zoutroute, die al eeuwenlang door de muildierkaravanen gebruikt werd en die de Middellandse Zee met de hoofdstad van Piëmont verbond, de gemakkelijkste, de meest logische reisroute waar het aanleggen van een spoorbaan minder moeilijk zou zijn. Ook de Italianen waren niet bij de pakken blijven zitten. In 1879 hadden ze al het plan opgevat een spoorlijn aan te leggen van “Cuneo naar de zee”, met Nice als eindpunt “indien de Fransen akkoord gingen”. Zo niet zou Vintimiglia in aanmerking komen.
De werken aan deze lijn - het eerste ontwerp liep van Cuneo tot Vievola - werden aangevangen in 1883 en voltooid in 1900, nadat de voornaamste natuurlijke hinderpaal, de Col de Tende, was overwonnen. Om, vervolgens, verder m zuidelijke richting door te stoten, besloot men het dal van de Roya te volgen, waar de exploitatie met de gewone adhesietractie mogelijk was, terwijl de andere geplande reiswegen op bepaalde plaatsen het aanleggen van een tandradbaan vereiste.
Er rees evenwel een moeilijkheid in die zin dat het gekozen tracé over een afstand van zeventien kilometer op Frans grondgebied liep. Om de toelating voor de doorsteek naar Vintimiglia te bekomen, begonnen de Piëmontese autoriteiten met de Franse regering besprekingen die evenwel met van een leien dakje liepen.
Inderdaad, de Franse regering kon bezwaarlijk op haar grondgebied doorgang verlenen aan een Italiaanse spoorweg zonder dat de op de lijn gelegen gemeenten Breil, Fontan en Saorge een uitweg kregen naar een of ander Frans spoorwegcentrum. Er diende dan ook een Franse spoorweg te komen, die de drie gemeenten in het dal van de Roya zou bedienen.
Reeds sedert 1879 bestond er een ontwerp voor het aanleggen van een lijn Nice - Breil. Onder Italiaanse druk en tevens om te voorkomen dat de drie Franse gemeenten van de Midden-Roya geïsoleerd werden, besloot men, na heel wat over- en weergepraat, tussen Nice en Breil een spoorbaan aan te leggen die in laatstgenoemde plaats op de “Italiaanse” lijn Cuneo - Breil - Vintimiglia zou aansluiten en die aldus Nice met Cuneo zou verbinden. Zulks hield vanzelfsprekend in dat de Italiaanse spoorwegen de toelating kregen om over Frans grondgebied de verbinding met Vintimiglia tot stand te brengen.
30 oktober 1928
Het internationaal verdrag van 6 juni 1908 bepaalde de modaliteiten voor het aanleggen van de lijn Nice - Breil, de exploitatievoorwaarden en de duur van de werken.
Het in exploitatie nemen van de lijn was gepland voor 1914/15... maar de PLM, die de concessie van het Franse gedeelte van Nice - Cuneo toegewezen kreeg, diende vrij spoedig een toontje lager te zingen. De administratieve formaliteiten, o.m. in verband met de onteigeningen, verliepen erg moeizaam.
De eerste aanbestedingen hadden slechts plaats in 1909. In dat zelfde jaar begon men op de linkeroever van de Paillon met het optrekken van het nieuwe stationsgebouw Nice-Saint-Roch, dat in feite het kopstation zou worden van de lijn Nice - Cuneo. De voltooiing ervan zou tot 1926 aanslepen. In 1912 werden de eerste grondwerken in de omgeving van Sospel uitgevoerd en werden tevens de boringen van de befaamde Col de Braus aangevat. Op Italiaanse bodem kon men, na de voortzetting van de werken voorbij Vievola in zuidelijke richting, in 1913 het binnenrijden van de eerste trein in het station Tende begroeten.
Vanwege de oorlog en de naweeën ervan werden de werken stopgezet van 1914 tot 1921.
Zulks belette nochtans niet dat, in 1915, de Italiaanse treinen te St.-Dalmas aankwamen. Verder zuidwaarts bediende de spoorbaan vanuit Vintimiglia de plaatsen Airolo (in 1914) en Breil (in 1921). In Frankrijk werden de werken vanaf 1921 in versneld tempo hervat, zodat de lijn uiteindelijk op 1 oktober 1928 voor het verkeer kon worden opengesteld. Het Cuneoproject was een feit want nu waren “de zee en de twee Riviera’s door het spoor verbonden”!!
“De verovering van de Alpen door de menselijke inspanningen werd mogelijk dank zij de Frans-Italiaanse wilskracht”, aldus een tafelredenaar op het banket van de plechtige opening.
Niettemin achtte de militaire overheid, die vanwege de nabijheid van de grens in deze spoorwegaangelegenheid haar woordje mocht meespreken, enkele voorzorgsmaatregelen geenszins overbodig: derhalve had ze in een bepaald aantal galerijen bunkers laten bouwen ten einde de kwetsbare plekken van de lijn onder schut te kunnen houden,
Twaalf jaar exploitatie
Volgens de dienstregeling van 1929 verbonden twee exprestremen dagelijks Nice met Turijn en dat in beide richtingen: de snelste legde de afstand af in 4 u.40. Andere exprestreinen die Turijn met Vintimiglia verbonden, voerden rechtstreekse rijtuigen Berlijn - San-Remo mee. Bovendien reden er ook enkele stoptreinen op de drie baanvakken die men “de ster van Breil” zou kunnen noemen.
Reeds in 1930 werd het Italiaanse gedeelte geëlektrificeerd. Het Franse baanvak volgde in 1935, wat een tijdwinst mogelijk maakte. De exploitatie duurde tot 1940 toen Italië, vanwege zijn bondgenoodschap met Duitsland, in oorlog ging leven met Frankrijk.
Om zijn grondgebied tegen een eventuele agressie te beschermen, vernielde het Franse leger in 1940 de bruggen, viaducten, tunnelingangen en elektrische installaties. In 1943 waren het de Italianen die springstof gebruikten. In 1944 deden de Geallieerden er nog een lading bij om het spoor en de installaties volledig onklaar te maken.
Ten slotte saboteerden de Duitse troepen tijdens hun terugtocht naar Noord-Italië stelselmatig alle kunstwerken van de plaatsen die ze prijsgaven. Kortom, de lijn Nice - Cuneo had goed en wel 12 jaar exploitatie gekend!
Bron: Het Spoor, april 1980
Rixke Rail’s Archives

